Carlijn de Ruijter: “Digitale transformatie gaat niet over technologie, maar over anders werken”
Digitale technologie, kunstmatige intelligentie (AI) en databeschikbaarheid worden vaak gezien als dé oplossingen voor de grote uitdagingen in de zorg. Daarbij gaat het vaak over technologie, terwijl de grootste uitdaging ligt in het veranderen van de manier waarop zorgorganisaties werken. Voor Carlijn de Ruijter, lid van de raad van bestuur van Máxima MC en lid van de NVZ Bestuurlijke Adviescommissie Informatiebeleid, begint succesvolle digitalisering niet bij systemen, maar bij mensen, processen en samenwerking.
Vanuit haar bestuurlijke rol, haar betrokkenheid bij CumuluZ en haar toezichthoudende functie bij Z-Cert kijkt De Ruijter dagelijks naar de kansen die digitalisering biedt voor patiënten en zorgprofessionals. Tegelijkertijd ziet zij hoe ingewikkeld het is om nieuwe technologie daadwerkelijk onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk. Dat vraagt om visie, keuzes en soms ook om het loslaten van vertrouwde werkwijzen.
Waarom vraagt digitale transformatie om een andere manier van werken?
Volgens De Ruijter wordt digitale transformatie nog te vaak benaderd als een IT-project. Daarmee wordt een belangrijk deel van de uitdaging over het hoofd gezien.
“Echte digitale transformatie vraagt aandacht voor drie onderdelen tegelijk: technologie, processen en mensen. Technologie is vaak nog het makkelijkste deel. Als je processen niet aanpast, standaardiseert en vereenvoudigt, creëer je eerder extra complexiteit dan verbetering. En uiteindelijk draait het om de mensen die met die nieuwe manier van werken aan de slag moeten.”
Juist die digitale adoptie is volgens haar het meest uitdagend. Veranderen betekent nieuwe werkwijzen leren, vertrouwde routines loslaten en samenwerken over organisatiegrenzen heen. Dat kost tijd en benodigt begeleiding.
“Echte digitale transformatie vraagt aandacht voor drie onderdelen tegelijk: technologie, processen en mensen.”
Volgens De Ruijter vraagt dat ook een andere rol van bestuurders dan enkele jaren geleden. Waar digitalisering vroeger vaak primair bij de ICT-afdeling lag, is het inmiddels een strategisch onderwerp dat de hele organisatie raakt. Bestuurders moeten richting geven, verbinding leggen tussen verschillende onderdelen van de organisatie en keuzes maken die verder gaan dan de eigen instelling.
Dat geldt ook voor de samenwerking binnen de sector. “We kunnen de digitale transformatie niet per ziekenhuis afzonderlijk organiseren. Het vraagt om gezamenlijke keuzes, ook als dat betekent dat je als organisatie soms een eigen oplossing moet loslaten.”
Hoe neem je medewerkers mee in digitale verandering?
Als digitalisering vooral een veranderopgave is, dan wordt draagvlak onder medewerkers vanzelf een belangrijk aandachtspunt. Zorgprofessionals kunnen nieuwe toepassingen ervaren als iets dat bovenaf wordt gedirigeerd, terwijl zij uiteindelijk degenen zijn die ermee moeten werken.
Máxima MC investeert daarom veel in digitale vaardigheden van medewerkers en begeleiding op de werkvloer. Met het programma DigiFit ondersteunt het ziekenhuis medewerkers bij het vergroten van hun digitale kennis en vaardigheden. Daarbij gaat het volgens De Ruijter niet alleen om het leren gebruiken van nieuwe systemen, maar ook om het begrijpen van de reden achter veranderingen. “Als mensen alleen weten op welke knop ze moeten drukken, begrijpen ze nog niet waarom iets verandert. Juist die context is belangrijk. Dan ontstaat eigenaarschap.”
Daarnaast werkt het ziekenhuis met digicoaches op de werkvloer. Medewerkers uit de zorgteams die affiniteit hebben met digitalisering en collega's ondersteunen bij vragen of problemen. Doordat deze ondersteuning dicht bij de werkvloer georganiseerd is, kunnen vragen snel worden opgelost en groeit het vertrouwen in nieuwe werkwijzen.
Tegelijkertijd ziet De Ruijter ook dat sommige medewerkers juist vooroplopen en nieuwe mogelijkheden zien. Dat enthousiasme is waardevol, maar vraagt volgens haar wel om duidelijke kaders. “Je wilt innovatie stimuleren, maar ook focus houden. Experimenteren is belangrijk, maar niet alles kan tegelijk. En niet alles wat mogelijk is, past binnen de strategie van de organisatie.”
Daarom maakt Máxima MC jaarlijks bewuste keuzes in welke innovaties we opschalen. Niet alles wat technologisch mogelijk is, voegt ook waarde toe aan de zorg. We kijken daarom naar de bijdrage aan onze strategische doelen, de meerwaarde voor patiënt en professional en naar de samenhang met onze digitale architectuur.
Hoe maak je de stap van pilot naar brede toepassing?
Een goede pilot laat zien dat iets kan werken. Opschaling vraagt vervolgens om andere competenties zoals begeleiding van gebruikers, scholing, ondersteuning en duidelijke afspraken over de manier van werken. “Voor opschaling heb je naast ontwikkelteams ook implementatieteams nodig. Het gaat uiteindelijk om het zorgvuldig uitrollen van een werkwijze, met goede documentatie, duidelijke afspraken en aandacht voor de mensen die ermee moeten werken.”
Daarnaast vraagt grootschalige digitalisering om meer dan alleen inspanningen binnen individuele ziekenhuizen.
“Als we netwerkzorg echt willen laten werken, moeten gegevens veilig en eenvoudig uitgewisseld kunnen worden. Zonder die infrastructuur blijven we losse koppelingen bouwen en dat is niet duurzaam.”
Wat levert AI nu al op in de praktijk?
Waar AI enkele jaren geleden nog vooral onderwerp van discussie was, ziet De Ruijter dat toepassingen inmiddels steeds vaker onderdeel worden van het dagelijkse werk.
Binnen Máxima MC wordt AI onder meer ingezet ter ondersteuning van diagnostiek, bijvoorbeeld binnen de radiologie. Een concreet voorbeeld is de beoordeling van kleine botbreuken. Voorheen doorliepen patiënten meerdere stappen tussen huisartsenpost, spoedeisende hulp en radiologie, nu kan AI helpen om sneller duidelijkheid te geven.
“Door AI slim in het proces te integreren, worden patiënten sneller geholpen en verdwijnen onnodige stappen uit het zorgproces. Dat is prettig voor patiënten én voor zorgverleners.”
Volgens De Ruijter zit de grootste potentie echter niet alleen in de directe patiëntenzorg. Ook in ondersteunende processen liggen veel mogelijkheden. Daarin kan automatisering administratieve taken overnemen en werkprocessen efficiënter maken. Als voorbeeld haalt ze de preoperatieve screening aan. Voorheen moesten medewerkers iedere dag handmatig vragenlijsten klaarzetten en controleren. Inmiddels verloopt dat volledig automatisch.
“Dat scheelt per patiënt misschien maar een paar minuten, maar op organisatieniveau levert het een enorme tijdswinst op. Bovendien verdwijnen de routinematige taken waar medewerkers niet per se energie uithalen. In plaats daarvan kunnen ze zich nu richten op werkzaamheden waar hun expertise echt nodig is.”
Voor De Ruijter is dat uiteindelijk waar technologie aan moet bijdragen: ruimte creëren voor zorgprofessionals en verbetering van het zorgproces voor patiënten.
Welke bestuurlijke dilemma’s brengt AI met zich mee?
Volgens De Ruijter draait het bestuurlijke gesprek steeds vaker om andere onderwerpen en ethische vraagstukken. Vraagstukken rondom veiligheid, betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en acceptabele risico’s spelen een steeds grotere rol.
“AI ontwikkelt zich ontzettend snel. De vraag wordt steeds vaker: wanneer wegen de voordelen van het gebruik ervan zwaarder dan de risico's?”
Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen. Volgens De Ruijter kan er een moment ontstaan waarop het niet inzetten van AI uiteindelijk meer nadelen oplevert dan het wel gebruiken ervan.
Juist zulke vraagstukken vragen om brede gesprekken binnen organisaties. Bij Máxima MC worden daarom onder meer morele beraden georganiseerd waarin zorgprofessionals, managers en andere betrokkenen met elkaar in gesprek gaan over zorginhoud, waarden en de impact van nieuwe technologieën.
Ook voor bestuurders zelf ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid. Daarom worden zij actief meegenomen in de ontwikkelingen rond AI, onder meer via inspiratiesessies en scholing. Het is volgens de Ruijter niet nodig om alle technische details te kennen, maar bestuurders moeten wel voldoende inzicht hebben om de juiste vragen te stellen en richting te geven aan ontwikkelingen.
Hoe kan databeschikbaarheid en een gezamenlijke digitale infrastructuur gerealiseerd worden?
De gesprekken over AI en digitale zorg leiden uiteindelijk naar een bredere vraag. Hoe zorgen we ervoor dat gegevens veilig beschikbaar zijn op het moment dat patiënten en zorgverleners ze nodig hebben? Voor De Ruijter is databeschikbaarheid een van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrijwel alle toekomstige digitale ontwikkelingen.
Vanuit haar betrokkenheid bij CumuluZ ziet zij hoe intensief er wordt gewerkt aan een zorgbrede infrastructuur voor gegevensuitwisseling. Dat vraagt om samenwerking, bestuurlijke betrokkenheid en de bereidheid om gezamenlijk op te trekken. “Als we blijven werken met losse koppelingen en afzonderlijke systemen, wordt het moeilijk om de volgende stap te zetten.”
De Ruijter ziet gelukkig dat steeds meer organisaties dit gezamenlijke belang erkennen. Waar instellingen in het verleden vaak hun eigen oplossingen ontwikkelden, groeit het besef dat landelijke en regionale samenwerking noodzakelijk is om verdere stappen te kunnen zetten.
Haar boodschap aan collega-bestuurders: blijf investeren in samenwerking en kijk nadrukkelijk naar wat gezamenlijk kan worden ontwikkeld. “Convergeren is voor mij een belangrijk begrip daarbij. Niet overal opnieuw het wiel uitvinden, maar kijken waar je kunt aansluiten, van elkaar kunt leren en samen verder kunt bouwen. Daar ligt volgens mij een belangrijke opgave voor de komende jaren.”
“Convergeren; kijken waar je kunt aansluiten, van elkaar kunt leren en samen verder kunt bouwen. Daar ligt een belangrijke opgave voor de komende jaren.”
Hoe ziet de zorg voor patiënten er in 2036 uit?
Als De Ruijter vooruitblikt naar de komende tien jaar verwacht zij dat digitale zorg een steeds vanzelfsprekender onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Technologie gaat een groter onderdeel vormen van de zorgverlening. Patiënten zullen meer regie krijgen over hun eigen gegevens, en zorgverleners zullen vaker worden ondersteund door digitale hulpmiddelen en AI. Tegelijkertijd blijft persoonlijk contact volgens haar een essentieel onderdeel van goede zorg. “Er zal veel meer digitaal gebeuren dan nu. Maar juist daardoor ontstaat ook meer ruimte voor de momenten waarop persoonlijk contact echt waarde toevoegt.”
“Persoonlijk contact blijft onderdeel van goede zorg.”
Daarmee is haar toekomstbeeld vooral een combinatie van technologische vooruitgang en menselijke zorg. Niet technologie als doel op zich, maar als middel om zorg toegankelijk, betaalbaar en persoonlijk te houden.
Voor de Ruijter is dat uiteindelijk de kern van digitale transformatie: niet méér technologie in de zorg, maar technologie zo inzetten dat patiënten betere zorg krijgen en zorgprofessionals meer ruimte houden voor het menselijk contact.