Wet Normering Topinkomens

Het standpunt van de NVZ inzake de WNT

De bestuurbaarheid van complexe zorgorganisaties is in gevaar

De WNT-2 is vanaf 1-1-2016 van kracht voor zorginstellingen. De NVZ heeft zich - net zoals de Raad van State - altijd kritisch opgesteld over de invoering van de WNT-2. De verlaging van de norm in deze wet komt te snel en is te fors gelet op de arbeidsmarkt waarop ziekenhuizen moeten concurreren voor het aantrekken van bestuurders, maar ook om hun toptalenten vast te houden.

De invoering van WNT-2 vormt volgens de NVZ een bedreiging voor de kwaliteit van de zorg omdat de bestuurbaarheid van complexe zorgorganisaties wordt ondergraven. Curatieve zorgorganisaties, zoals ziekenhuizen, zijn (doorgaans) omvangrijke instellingen met een complexe interne organisatiestructuur, veel medewerkers en grote aantallen patiënten. Ze zijn vaak de grootste werkgevers in hun regio. Bestuurders dragen een zware verantwoordelijkheid voor onder meer kwaliteit, veiligheid en financiering. Dit vergt van hen een zeer brede deskundigheid en ervaring op heel uiteenlopende terreinen zoals (de wettelijke vereisten op het terrein van) veiligheidsmanagement, ICT, financiering en scholing en opleiding. Het ziekenhuis verschilt daarin van vele andere organisaties in de zorg en in andere sectoren. Wat de ziekenhuizen die lid zijn van de NVZ met name onderscheidt van andere zorginstellingen in Nederland is echter de complexiteit in het bestuur. Deze wordt in algemene ziekenhuizen in het bijzonder veroorzaakt door het werken met een medisch  specialistisch bedrijf, c.q. met vrijgevestigd medisch specialisten, die een cruciale rol vervullen in de organisatie van de zorg.

Er zijn twee redenen waarom de verdere verlaging van het bezoldigingsmaximum, zoals geregeld in de WNT-2, de bestuurbaarheid van ziekenhuizen bedreigt:

  1. Het wordt vrijwel onmogelijk om medisch specialisten in de Raad van Bestuur te benoemen omdat zij worden geconfronteerd met een aanzienlijke (toekomstige) salarisverlaging. Het ontbreken van medische professionals in de Raad van Bestuur is zeer ongewenst. Het aantrekken van een medisch specialist in het bestuur van een ziekenhuis is niet alleen goed voor de zorg, maar ook cruciaal voor de verbinding tussen ziekenhuis en medische staf.
  2. De toestroom en doorstroom van getalenteerde bestuurders van buiten en binnen de curatieve zorg stagneert. Bestuurders met bijzondere ervaring en kennis van buiten de zorg leveren van oudsher een belangrijke bijdrage aan het voortdurend verbeteren van de organisatie van het ziekenhuis en van de kwaliteit van de zorg. Deze instroom wordt nu verhinderd door de WNT-2. Tegelijkertijd stagneert ook de doorstroom van talent uit de eigen organisatie omdat de zware verantwoordelijkheden niet opwegen tegen de extra vergoeding.

De Minister van BZK heeft al in meerdere gevallen moeten erkennen dat uitzonderingen op de WNT-2 norm noodzakelijk zijn om topbestuurders te kunnen aantrekken en behouden (o.a. AFM, Luchtverkeersleiding Nederland, bestuurder UMC Utrecht). Uit het rapport van de evaluatie van de WNT van 1 december 2015 lijkt dat het door de overheid ingeschakelde onderzoeksbureau Ecorys onderkent dat de WNT inderdaad een remmende werking heeft op de mobiliteit van topfunctionarissen tussen (semi)publieke instellingen. Daarnaast zijn er indicaties dat de WNT een remmende werking heeft op de doorstroom van functionarissen naar de top, de werving van topfunctionarissen bemoeilijkt, de instroom van talent van buiten de zorg/semi-publieke sector beperkt, het aanbod van functionarissen verandert, de uitstroom van topfunctionarissen uit de (semi)publieke sector in de hand werkt, en (daardoor) een negatieve invloed op de kwaliteit van het bestuur heeft (zie Rapport Evaluatie WNT, 2015, p. 23.).

Uit (eigen) onderzoek onder de ziekenhuizen blijkt dat alleen al het vooruitzicht van de inwerkingtreding van de WNT-2 norm verlammend werkt: bestuurders blijven zitten en de doorstroom van medisch specialisten en de (talenten uit de) managementlaag onder het bestuur stagneert. De bestuurlijke complexiteit en de grotere verantwoordelijkheid wegen namelijk niet op tegen een beperkte salarisverhoging, en voor specifieke groepen, waaronder medisch specialisten, zelfs een aanzienlijk salarisverlaging. Tevens kunnen gekwalificeerde bestuurders van buitenaf niet worden aangetrokken, met uitzondering van  bestuurders die op grond van hun arbeidsmarktpositie, zoals pensioengerechtigden, hier geen problemen door ondervinden. Deze ontwikkelingen komen de bestuurbaarheid van ziekenhuizen en daarmee de kwaliteit en continuïteit van de zorg niet ten goede.

Overige relevante argumenten en overwegingen

  • Bestuurders van ziekenhuizen leveren met de salarisnormering  onder het regime van de WNT-1 al een stevige bijdrage aan een gematigde bezoldiging voor bestuurders in de zorg. De verhouding tussen de salarissen van de laagst betaalde medewerkers en de top ligt bij toepassing van de WNT-1 bij de leden van de NVZ op dit moment al binnen een marge van  1 – 10.
  • De invoering van WNT-2 is gebaseerd op een onzorgvuldig wetstraject. Zo adviseerde de Raad van State om de verlaging van het bezoldigingsmaximum niet te behandelen, omdat argumenten, bewijs en onderzoek ontbreken.
  • De WNT-2 geldt verder niet voor topfunctionarissen bij staatsondernemingen, zoals de Nederlandse Spoorwegen, Gasunie en Tennet. Dit vinden wij  in strijd met het gelijkheidsbeginsel en bedreigt het gelijke speelveld tussen en binnen sectoren.

Wat wil de NVZ?

Waar de zorgsector – anders dan de zorgverzekeraars – door het parlement niet onder een door de vakminister goed te keuren sectorale Beloningsnorm is ondergebracht, bepleit de NVZ de topfunctionarissen van de leden van de NVZ uit te zonderen van de WNT-II en voor deze groep aan te sluiten bij de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en welzijnssector zoals die in 2014/2015 gold.