84 procent ziekenhuizen aangesloten op LSP

Projectmatige aanpak nodig voor succesvolle aansluiting

Begin 2016 is 84% van de ziekenhuizen aangesloten op het Landelijk Schakelpunt (LSP). Een resultaat om trots op te zijn. Via het LSP zijn medische gegevens voor zorgaanbieders altijd beschikbaar, wat essentieel is voor een goede zorgverlening. Erwin van Malland, extern projectbegeleider voor de NVZ, deed navraag bij zes zorginstellingen over hun ervaringen met het LSP.  Deze ziekenhuizen laten zien dat een projectmatige aanpak bijdraagt aan een succesvolle LSP-aansluiting.

Redenen voor ziekenhuizen om aan te sluiten op het LSP zijn de beëindiging van OZIS (Open Zorg Informatie Systemen) en de richtlijn medicatieoverdracht (uit 2011). Met het einde van OZIS stopte de elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgverleners via Open Zorg Informatie Systemen. De richtlijn medicatieoverdracht op zijn beurt stimuleert landelijk de uitwisseling van medicatiegegevens.

Elektronische gegevensuitwisseling via het Landelijk Schakelpunt vindt plaats tussen apotheken onderling en met huisartsen, huisartsposten en ziekenhuizen. Uitgewisseld worden medicatiegegevens en gegevens over intoleranties, contra-indicaties en allergieën. Tussen huisartsen en huisartsposten vindt uitwisseling plaats rond de huisartszorg. Het LSP werkt landelijk maar kent regionale schotten. Ten opzicht van het werken via OZIS betekent uitwisseling via het LSP een vooruitgang wat betreft actualiteit, veiligheid én kwaliteit. Tevens zijn in veel regio’s voor de ziekenhuizen de regioschotten logischer ingedeeld voor een groter en juister LSP-bereik. Voor volledigheid blijft het LSP afhankelijk van de toestemmingen die een patiënt geeft.

Ziekenhuizen die nog niet zijn aangesloten op het LSP zijn óf aan het fuseren óf bezig met het implementeren van een nieuw ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS). Het is daarom niet een vraag óf deze ziekenhuizen aansluiten maar wanneer. Nu zijn 76 ziekenhuizen aangesloten op het LSP en 3 volgen binnenkort.

Succesfactor: projectmatige aanpak

De door van Malland bezochte zes ziekenhuizen hebben de aansluiting op het LSP als een project benaderd. Dit blijkt echt nodig. Het aansluiten verloopt vaak niet als ‘plug and play’. De hele keten moet correct op elkaar zijn afgestemd: de lokale ICT-inrichting van het ziekenhuis, de Zorg Service Provider (ZSP, beveiligde communicatielijnen voor medische gegevens) en de centrale verwijsindex van het LSP. Door een goede voorbereiding, goede afstemming en communicatie met leveranciers en VZVZ, is de aansluiting goed verlopen. (VZVZ: Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie.)

Bij een aansluiting op het LSP zijn verschillende partijen betrokken: de afdeling ICT, de ziekenhuisapotheek, de openbare apotheken en soms de medische staf. Onderwerpen die bij een aansluiting op het LSP aandacht vragen zijn:

  • de toestemming die de patiënt geeft voor de uitwisseling van zijn gegevens;
  • het beheer van de aansluiting op het LSP;
  • de UZI-passen die toegang verlenen tot het LSP.

Uitdrukkelijke toestemming patiënt

Een patiëntendossier is alleen opvraagbaar via het LSP als de patiënt toestemming heeft gegeven aan de zorgaanbieder die (een deel van) het dossier beheert. Deze zogenoemde ‘opt-in regeling’ komt voort uit wetgeving ter bescherming van de privacy van de patiënt. Ziekenhuizen kunnen dossiers opvragen bij het LSP op basis van de toestemming die de patiënt heeft gegeven aan de openbare apotheken.

Een aantal bevraagde ziekenhuizen heeft binnen het ziekenhuis de patiënt actief geattendeerd op het belang van toestemming geven aan de openbare apotheek. Ziekenhuizen gebruikten hiervoor onder andere de materialen die VZVZ levert. In het Bernhoven Ziekenhuis is hierdoor het percentage succesvol beantwoorde, door de longarts ingediende, inzageverzoeken in drie maanden gestegen van 30 naar 85.

Op dit moment kunnen Ziekenhuis Informatie Systemen nog geen gegevens beschikbaar stellen via het LSP. Dit is wel een wens (zie Wensen).

Beheer aansluiting op LSP is nodig

Het beheren van de aansluiting op het LSP wordt verschillend georganiseerd. Het beheer ligt bij de afdeling ICT óf bij de ziekenhuisapotheek óf bij een projectorganisatie. Soms is het voor een ziekenhuis niet duidelijk dat beheer nodig is. Het ligt voor de hand dat dit beheer wordt belegd binnen een afdeling ICT. Daar kunnen medewerkers eventuele fouten in bevragingen interpreteren.

Wanneer een ziekenhuis aansluit op het LSP, organiseert VZVZ een workshop Goed Beheerd Zorgsysteem. In deze workshop wordt uitgelegd:

  • welke verantwoordelijkheden bestaan;
  • wat te doen bij storingen;
  • het gebruik van dag-lijsten. Deze lijsten geven aan hoe de verzoeken aan het LSP zijn verlopen en welke onregelmatigheden er mogelijk zijn geweest.

UZI-passen en UZI-servercertificaat

UZI staat voor Unieke Zorgverlener Identificatie. Een UZI-pas is een soort elektronisch paspoort; een UZI-servercertificaat een elektronische identiteit voor systemen van zorgverleners. Sinds enkele maanden hebben ook SEH(Spoed Eisende Hulp)-artsen toegang tot medicatiegegevens via het LSP.

Veel ziekenhuizen vinden het aanvragen van UZI-passen en -certificaten tijdrovend. Een aantal ziekenhuizen heeft dit opgelost door de afdeling Personeel en organisatie (P&O) de passen te laten beheren. Deze afdeling regelt het aanvragen en inleveren van UZI-passen bij aanname respectievelijk ontslag van medewerkers. De wijze van aanvragen en vernieuwen van de UZI-pas zal in 2016 aanzienlijk worden aangepast én vereenvoudigd.

Onderzoek naar LSP-gebruik

Van week 38 2014 tot week 38 2015 heeft VZVZ alle op het LSP aangesloten zorgverleners gevolgd (huisartsen, apothekers, huisartsposten, ziekenhuizen). Uit landelijke cijfers blijkt, dat 75% van de verzoeken aan het LSP om medicatiegegevens, inhoudelijke informatie oplevert over medicatie. De door Van Malland geïnterviewde ziekenhuizen bevestigen dit percentage. Begin 2015 lag dat nog rond de 45%. Aansluiting op het LSP na uitfasering van OZIS én de samenwerking tussen openbare – en ziekenhuisapothekers, hebben mede gezorgd voor deze toename.
 

[Hitratio = percentage aanbod informatie ten opzichte van vraag om informatie; PS = professionele samenvatting; MG = medicatiegegevens - bron: VZVZ]

De systemen via welke zorgverleners medicatiegegevens opvragen bij het LSP, verschillen in mogelijkheden. Twee ziekenhuizen gebruiken ‘viewers’, die los staan van het ZIS. De medicatiegegevens die zijn opgevraagd, moeten zo nodig handmatig worden overgenomen in het ZIS. Dit betekent extra werk. Ziekenhuis Informatie Systemen kunnen medicatiegegevens opvragen voor meer dan één patiënt tegelijk. Zo kunnen ziekenhuizen in één verzoek aan het LSP medicatiegegevens opvragen voor alle patiënten die gepland staan voor de volgende dag. Het blijkt dat ziekenhuizen die over deze functionaliteit beschikken, het LSP intensiever bevragen.

[Toename in gebruik; MG vraag en aanbod; MG = medicatiegegevens - bron; VZVZ]

Wensen

Koesteren ziekenhuizen nog wensen? Jazeker! Onderstaande technische punten raken de efficiency waarmee het LSP wordt gebruikt. Softwareleveranciers en VZVZ kennen ze en bespreken samen mogelijke oplossingen.

De ziekenhuizen die Van Malland heeft gesproken, willen:

  • alle elementen van medicatieoverdracht kunnen opvragen: voorschriften; geneesmiddelverstrekkingen; interacties, contra-indicaties, allergieën; laboratoriumuitslagen;
  • zelf medicatievoorschriften beschikbaar stellen aan openbare apotheken en andere zorgverleners. Hiervoor is apart toestemming nodig van de patiënt (voorlichtingsmateriaal is in de maak) en het Ziekenhuis Informatie Systeem moet daarvoor geschikt zijn;
  • geneesmiddelverstrekkingen kunnen filteren op medicatie, zodat bij herhalingen alleen de laatste vertrekking wordt getoond; middelen die minder vaak worden verstrekt zijn dan gemakkelijk te vinden;
  • doseringen die verschillen tussen tweede en eerste lijn over en weer kunnen vertalen. In de ziekenhuissystemen moeten daarvoor omrekentabellen worden aangevuld met de doseerschema’s uit de eerste lijn. Doordat nu doseringen van één en hetzelfde geneesmiddel in tweede en eerste lijn verschillen, zal een apothekersassistent - voordat de regel wordt verwerkt – de dosering moeten beoordelen. Er zullen altijd verschillen blijven bestaan maar nu is het aantal te groot en kost dat te veel tijd.

Behalve technische wensen uitten de ondervraagde ziekenhuizen ook verzoeken die processen betreffen. Zij willen bijvoorbeeld:

  • dat voorschriften, geneesmiddelverstrekkingen, interacties, contra-indicaties, allergieën en laboratoriumuitslagen bij de patiënt zijn geverifieerd;
  • dat deze check wordt geregistreerd;
  • dat patiënten toestemming verlenen aan al hun behandelende zorgverleners. Alleen dan kan informatie over hun medicatiegebruik volledig zijn.

Een speerpunt in het NVZ jaarplan 2016 is het bevorderen van het gebruik van informatie-uitwisseling via het Landelijk Schakel Punt. De focus ligt net als in 2015 op medicatieoverdracht. Dit is namelijk ook een aandachtsgebied van de Veiligheidsagenda en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het gebruik van informatie via het Landelijk Schakel Punt kan toenemen als ziekenhuizen ook in poliklinische situaties het LSP raadplegen. Voorwaarde daarvoor is dat de toestemming van de patiënt is geregeld (opt-in). Daarnaast moet het Ziekenhuis Informatie Systeem de functionaliteit bezitten om het LSP te raadplegen. Tot slot helpt het als voldoende zorgverleners beschikken over UZI-passen waarmee zij het LSP mogen raadplegen.

Over de auteur

Erwin van Malland is extern projectbegeleider voor de NVZ. Hij heeft gesproken met medewerkers van: Medisch Centrum Leeuwarden; Bernhoven Uden Ziekenhuis; Beatrix Ziekenhuis Winterswijk; Elkerliek Ziekenhuis Helmond; Zuiderzee Lelystad; Tweesteden Ziekenhuis Tilburg. Vragen? Mail naar: Erwin@v-mac.biz of bel naar 06 280 839 09.