Cao Ziekenhuizen 2017 - 2019

Hoofdstuk 5. Faciliteiten (leden) werknemersorganisaties, beroepsvereniging en extra bevoegdheden ondernemingsraad

Artikel 5.1. Faciliteiten werknemersorganisaties

1. Aan leden, kaderleden en vakbondsconsulenten van werknemersorganisaties worden binnen de instelling faciliteiten geboden ten behoeve van het uitvoeren van hun werkzaamheden.
Onder kaderleden en vakbondsconsulenten worden de leden verstaan, die door werknemersorganisaties zijn aangewezen en aan de directie van de instelling bekend zijn gemaakt.


2. Deze faciliteiten zijn tenminste:

  • het gebruik van publicatieborden ten behoeve van informatie en aankondigingen van werknemersorganisaties;
  • het gebruik van ruimten van de instelling voor bijeenkomsten van de werknemersorganisaties;
  • het gebruik van de telefoon, e-mail en internet.

3. Kaderleden worden binnen redelijke grenzen in staat gesteld persoonlijke contacten te leggen met de binnen de instelling werkzame leden.


Artikel 5.2. Werkgeversbijdrage

Aan de werknemersorganisaties wordt een werkgeversbijdrage verstrekt. De hoogte hiervan wordt tussen cao-partijen vastgesteld.


Artikel 5.3. Betaald verlof in verband met lidmaatschap werknemersorganisaties

1. De werkgever stelt de werknemer in de gelegenheid deel te nemen aan activiteiten van de werknemersorganisatie waarvan hij lid is.

2. De werknemer krijgt betaald verlof tot een totaal van 228 uur per jaar, indien deze activiteiten plaatsvinden op uren waarop hij volgens de arbeidsovereenkomst inzetbaar is. Voor de werknemer met een deeltijd arbeidsduur wordt het naar rato-beginsel niet toegepast.

3. Onder werknemersorganisaties als bedoeld in lid 1 worden verstaan:                                    
  • een vereniging van werknemers die partij is bij deze cao;
  • een vakcentrale waarbij een vereniging van werknemers, die partij is bij deze cao, is aangesloten;
  • (beroeps)verenigingen aangesloten bij een vereniging van werknemers die partij is bij deze cao. Dit betreft uitsluitend de (beroeps)verenigingen genoemd in de aanhef van de preambule (partijen) bij deze cao onder II de volgende organisaties van werknemers;
  • de Vereniging voor Psychodiagnostisch werkenden.

4. Onder activiteiten als bedoeld in lid 1 worden verstaan:
  • statutaire vergaderingen dan wel vergaderingen van statutaire regionale organen voor zover de werknemer als bestuurslid en/of afgevaardigde is aangewezen;
  • conferenties, landelijke en regionale vergaderingen en werkgroepen voor zover de werknemer daartoe door het hoofdbestuur is uitgenodigd;
  • cursussen voor zover de werknemer deze geeft of daaraan deelneemt op verzoek van het hoofdbestuur.

Voor zover het activiteiten van (beroeps)verenigingen zoals bedoeld onder lid 3 betreft, worden onder bovengenoemde activiteiten alleen begrepen die activiteiten die betrekking hebben op collectieve arbeidsvoorwaarden.


5. Voor de werknemer die vakbondsconsulent is in een instelling met 1500 werknemers of meer, geldt een vrijstelling van acht uur per week. Voor de vakbondsconsulent in een instelling met tenminste vijfhonderd maar minder dan 1500 werknemers, geldt een vrijstelling van vier uur per week. Per instelling kunnen maximaal twee vakbondsconsulenten (één per werknemersorganisatie) worden vrijgesteld.

Artikel 5.4. Overig betaald verlof

1. De werkgever stelt de werknemer die bestuurslid is van een beroepsvereniging in de gelegenheid deel te nemen aan activiteiten van de beroepsorganisatie waarvan hij lid is.

2. Onder beroepsorganisaties worden verstaan de beroepsverenigingen genoemd in de aanhef van de preambule (partijen) bij deze cao onder II de volgende organisaties van werknemers.


3. Onder activiteiten worden vergaderingen en werkzaamheden verstaan, die worden verricht  in speciale commissies en betrekking hebben op de beroepsinhoud.

4. De werknemer krijgt betaald verlof tot een totaal van 36 uur per jaar, indien deze activiteiten plaatsvinden op uren waarop hij volgens de arbeidsovereenkomst inzetbaar is.

5. Voor de werknemer met een van de voltijdnorm afwijkende arbeidsduur wordt het naar rato-beginsel niet toegepast.

Artikel 5.5. Grens instellen ondernemingsraad

Een instelling met tenminste 35 werknemers is verplicht tot het instellen van een ondernemingsraad.

Artikel 5.6. Extra bevoegdheden ondernemingsraad

1. Naast de bevoegdheden op grond van de WORWet op de Ondernemingsraden heeft de ondernemingsraad de volgende rechten:

  • adviesrecht over een voorgenomen besluit tot benoeming van een lid van het bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht (procedure conform artikel 30 WORWet op de Ondernemingsraden);
  • adviesrecht over een tijdelijke voorziening tot waarneming van een functie in de directie of de Raad van Bestuur. Dit recht geldt niet voor vervanging wegens kortdurende afwezigheid (aanvullend op artikel 30 WORWet op de Ondernemingsraden);
  • recht op bespreking van de conceptbegroting van de instelling, met name van de personeelsbegroting en het aanschaffingsbeleid. De personeelsbegroting bevat zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens over de personeelsbezetting. Hierbij worden tenminste de volgende gegevens verstrekt:
    • een organisatieschema;
    • een overzicht van de personeelsbezetting, uitgesplitst naar organisatie-eenheden;
    • personeelsaantallen;
    • gegevens over de tijdelijkheid en de omvang van het dienstverband;
    • een inhoudelijke omschrijving op hoofdlijnen van de functies.
  • adviesrecht bij een belangrijke tussentijdse wijziging van de personeelsbegroting (conform artikel 25 WORWet op de Ondernemingsraden). De ondernemingsraad ontvangt de vastgestelde begroting en de wijzigingen die zijn aangebracht.

2. De ondernemingsraad heeft recht op ambtelijke ondersteuning van twee uur per week per ondernemingsraadzetel.