Arbeidsvoorwaarden Medisch Specialisten 2018

Hoofdstuk 5. Variflex

Artikel 5.1. Variflex na 1 januari 2018

 
1. De Variflex en dervingstoeslag B komen vanaf 1 januari 2018 te vervallen. De materiële waarde van de Variflex aanspraken per 31-12-2015 wordt  toegevoegd aan het budget op instellingsniveau ten behoeve van de organisatorische eenheden (artikel 8.4.4 lid 1).
 

2. De materiële waarde van de verschillende modules is opgenomen in bijlage IIc.

3. Medisch specialisten die voor 1 juli 2014 55 jaar of ouder waren, behouden tot de AOW gerechtigde leeftijd de volledige aanspraken op de Variflexregeling. De waarde van de individuele aanspraken op grond van deze overgangsregeling komt ten laste van het budget op instellingsniveau ten behoeve van de organisatorische eenheden (artikel 8.4.4. lid 1).

4. Voor medisch specialist van wie de aanspraak op de Variflex is ontstaan op of na 1 juli 2014 vervalt deze aanspraak per 1 januari 2018. Zij hebben daarna recht op de oorspronkelijke omvang van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 5.2. Overgangsrecht Variflex

De Variflex bestaat uit de volgende modules:


Module

Middel

Doel

Effect op arbeidsduur

Eigen bijdrage

A1

Reductie dienstfrequentie

Minder diensten

In diensten

Inconveniënten-toeslag

A2

Meer herstel na diensten

Vergroting hersteltijd na diensten

Overdag

Nee

B

Verkorting feitelijke werkweek

Meer wekelijkse rust

Overdag

% salaris

C

Leeftijdsdagen

Duur verlof

Overdag

Nee


1. De medisch specialist kan in overleg met het bestuur een keuze maken voor de Variflex module A (1 en 2) of module B of module C.


2. De medisch specialist dient zes maanden voor de gewenste aanvangsdatum van de deelname aan de Variflex het voornemen en zo mogelijk de keuze voor een module kenbaar te maken aan het bestuur. Met ingang van de aanvangsdatum van de Variflex dient het bestuur zodanige maatregelen te hebben getroffen om de continuïteit van de zorg te waarborgen, opdat de het voornemen kan worden geëffectueerd.


3. Indien en voorzover het in redelijkheid niet in het vermogen van het bestuur blijkt te liggen om binnen zes maanden voorafgaande aan het bereiken van de Variflex gerechtigde leeftijd, door waarneming, vacaturestelling of het anderszins treffen van een voorziening, de continuïteit in zorgverlening te waarborgen, dan is de medisch specialist, op verzoek van werkgever, gehouden tot overleg met het bestuur. In dit overleg wordt bezien of tot een voor werkgever en de medisch specialist bevredigende oplossing kan worden gekomen.


4. De medisch specilist die als gevolg van het gebruik maken van de Variflex module A geheel of gedeeltelijk inkomsten derft door het verminderen van inconveniëntentoeslagen of een roostertoeslag, ontvangt een dervingstoeslag van maximaal 7,5% van het salaris. Hierop wordt de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie als bedoeld in artikel 3.1.5. lid 2 in mindering gebracht.

 


5. Module B kent vanaf 55 jaar een eigen bijdrage van 5% van het salaris bij een arbeidsduurverkorting van 10% van de overeengekomen arbeidsduur. De medisch specialist van 60 jaar of ouder kan kiezen voor een arbeidsduurverkorting van 20% van de overeengekomen arbeidsduur tegen een eigen bijdrage van 10% van het salaris.


6. Bij module B kan zowel worden gekozen voor verkorting van de werkdag als van de werkweek. De arbeidsduurvermindering wordt aldus in de regel per dag of per week genoten, tenzij het de continuïteit van de zorg dit verhindert. De arbeidsduurverkorting dient in die situatie aansluitend op de verhindering binnen één maand volledig te worden gecompenseerd in tijd

 


7. Indien de medisch specialist kiest voor toepassing van module A of module B en daardoor het pensioengevend inkomen vermindert, wordt de pensioenopbouw  gehandhaafd op het eerdere hogere pensioengevend inkomen met inachtneming van de maximaal (wettelijk) toegestane pesnioenopbouw. De werkgeversbijdrage blijft dan eveneens gehandhaafd op het niveau alsof het pensioengevend inkomen niet is verlaagd, met inachtneming van de maximaal (wettelijk) toegestane pensioenopbouw.


8. Met uitzondering van de pensioenopbouw, inconveniententoeslagen en de vergoeding functiegebonden kosten, worden alle overige arbeidsvoorwaarden pro rato toegepast over de resterende gemiddelde arbeidsduur per week, na de arbeidsduurverkorting.

9. Bij keuze voor module C heeft de medisch specialist vanaf 55 jaar aanspraak op 8 leeftijd verlofdagen en vanaf 60 jaar aanspraak op 12 leeftijd verlofdagen. 

10. Voor de deeltijder geldt het naar rato beginsel met betrekking tot de aanspraken bij de modules B en C.

Module A: diensten

Leeftijd

Dienstfrequentie (A1), maximaal aantal diensten per week*

Hersteltijd zelfde werkdag (A2)

Gewerkt

tussen 23.00 - 03.00 of tussen 03.00 - 07.00 uur (ma-vr)

Gewerkt

tussen 23.00 - 03.00 en tussen 03.00 - 07.00 uur (ma-vr)

55

2

2 uur (max)

4 uur (max)

60

1

4 uur (max)

6 uur (max)


* Een avond-, nacht- of weekenddienst (bereikbaarheids- of aanwezigheidsdienst) gaat in beginsel in om 18.00 uur 's avonds en eindigt om 08.00 uur de volgende dag. Een zaterdag en zondag telt voor twee diensten, van 08.00 uur tot 18.00 uur en 18.00 uur tot 08.00 uur de volgende ochtend. In totaal zijn er negen diensten per week. Aangezien frequentie en herstel in deze module gekoppeld zijn ligt het in de rede dat de frequentie van de diensten niet geheel tot nul wordt gereduceerd.
Gemeten over maximaal een periode van een maand kan in zeer bijzondere omstandigheden een hogere frequentie voorkomen met een gemiddelde van twee diensten per week. Voor de berekening van het gemiddelde wordt de tijd dat de medisch specialist afwezig is wegens verlof en/of ziekte dan wel arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing gelaten.

Module B: werkweek

Leeftijd

Reductie werkweek of werkdag*

Eigen bijdrage

55

10% van de overeengekomen arbeidsduur

5% van het salaris

60

20% van de overeengekomen arbeidsduur

10% van het salaris



Module C: leeftijdverlofdagen

Leeftijd

Leeftijddagen

Vanaf 55 jaar

8 dagen

Vanaf 60 jaar

12 dagen

De medisch specialist heeft op grond van module C, vanaf 55 jaar aanspraak op 8 leeftijd verlofdagen en vanaf 60 jaar aanspraak op 12 leeftijd verlofdagen, tenzij gebruik wordt gemaakt van de module A of module B.