Arbeidsvoorwaarden Medisch Specialisten 2016

Hoofdstuk 3. Bepalingen ten aanzien van inkomen en vergoedingen

Artikel 3.1.1. Inkomen

1. Het inkomen wordt vastgesteld door het bestuur.

2. Op het inkomen wordt naast de wettelijk verplichte inhoudingen, een eigen bijdrage van de medisch specialist aan de pensioenregeling in mindering gebracht overeenkomstig artikel 3.1.5 lid 2.

3. Het ziekenhuisbeleid met betrekking tot de inhouding van de WGA-premie wordt gevolgd.

Artikel 3.1.2. Salaris

1. Voor de medisch specialist geldt een salaris conform de salaristabel opgenomen in bijlage II.

2. Het salaris van de medisch specialist wordt vastgesteld op trede 0, tenzij relevante ervaring of bijzondere omstandigheden aanleiding geven een hogere trede vast te stellen. Voor de medisch specialist met een deeltijd dienstverband wordt het salaris naar rato vastgesteld.

3. Eén maal per jaar, per datum indiensttreding, wordt het salaris verhoogd met één trede van de salaristabel.

4. Het bestuur kan op grond van een functionerings- en beoordelingsmethodiek, vastgesteld in overleg met de VMSDVereniging medisch specialisten in dienstverband, of indien deze niet aanwezig is in het ziekenhuis, met de gemandateerde meerderheid van de medisch specialisten in dienstverband binnen de medische staf, in afwijking van lid 3, besluiten in enig jaar geen of meerdere trede(n) toe te kennen.

5. Het bestuur kan aan de medisch specialist een gratificatie toekennen in het kader van de functievervulling, voor zover er sprake is van het leveren van een extra, een bijzondere of buitengewone bijdrage, ten behoeve van een in de regel vooraf vastgesteld(e) doel(en), of ten behoeve van een bijzondere gebeurtenis.

Artikel 3.1.3. Ervaringsjaren en medisch specialisten afkomstig uit het buitenland

1. De medisch specialist die afkomstig is uit het buitenland en de opleiding in een erkend medisch specialisme waarin men werkzaam is in het  buitenland heeft voltooid, wordt ingedeeld in trede 0, tenzij ervaring of bijzondere omstandigheden aanleiding geven een hogere trede vast te stellen.

2. Voor het meetellen van ervaring geldt de volgende regeling:
  • Voor de medisch specialist afkomstig uit een EER land of Zwitserland die de opleiding in het erkende specialisme heeft gevolgd en heeft afgerond, geldt dat het aantal jaren dat in het erkende medisch specialisme  in het buitenland is gewerkt, gelijk wordt gesteld met het aantal jaren ervaring als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2.
  • Voor de medisch specialist afkomstig uit een land buiten de EER of Zwitserland die de opleiding in het erkende specialisme heeft gevolgd en heeft afgerond, en tevens aan de door het bevoegde Nederlandse gezag gestelde aanvullende voorwaarden heeft voldaan, geldt dat het aantal jaren dat in het erkende medisch specialisme  in het buitenland is gewerkt, gelijk wordt gesteld met het aantal jaren ervaring als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2.

3. Indien de functie niet overeenkomstig het functieprofiel medisch specialist wordt vervuld tellen de ervaringsjaren niet mee tenzij dit naar het oordeel van de werkgever tot een onredelijke uitkomst leidt.

4. Onder de EER wordt begrepen de Europese Economische Ruimte, betreffende de lidstaten van de Europese Unie alsmede Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

Artikel 3.1.4. Vakantiebijslag

1. De medisch specialist ontvangt een vakantietoeslag van 8% over het geldende inkomen, exclusief incidentele toelagen en vakantietoeslag. De vakantietoeslag wordt éénmaal per jaar in de maand mei uitbetaald.

2. De vakantiebijslag wordt opgebouwd over een periode van 12 maanden, aanvangende met de maand juni van het voorafgaande jaar.

3. Bij een opbouw over een kortere periode dan 12 maanden, in verband met in- of uitdiensttreding, wordt de vakantietoeslag berekend over die kortere periode.

Artikel 3.1.5. Pensioen

1. De medisch specialist neemt deel in de pensioenregeling, conform de voorwaarden opgenomen in het pensioenreglement, van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).

2. Voor een deel van de branche is de verplicht gestelde pensioenregeling Zorg en Welzijn van toepassing, op grond waarvan de feitelijke premieverdeling werkgever en werknemer ieder 50% is.
De pensioenpremie wordt door de werkgever afgedragen aan het pensioenfonds.

Artikel 3.2.1. Inkomen tijdens ziekte, arbeidsongeschiktheid

1. De medisch specialist die wegens arbeidsongeschiktheid door ziekte verhinderd is werkzaamheden te verrichten, heeft op grond van het BWBurgerlijk Wetboek gedurende een termijn van maximaal 104 weken, recht op 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon.
Gedurende de eerste 52 weken wordt dit loon aangevuld tot 100% van het geldende inkomenen gedurende de daaropvolgende 52 weken tot 70% van het geldende inkomen.

2. Over de uren waarin de medisch specialist volgens zijn re-integratieplan  passende arbeid of werkzaamheden zonder loonwaarde verricht, ontvangt hij 100% van zijn inkomen. Onder werkzaamheden zonder loonwaarde worden verstaan, het verrichten van werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis, het volgen van scholing en het lopen van stage.

3. Het  inkomen wordt verminderd met het bedrag van de uitkering dat de medisch specialist ontvangt op grond van enige bij of krachtens de wet geldende regeling of een daarmee gelijk te stellen regel.

4. Wanneer het bestuur verhaalsrechten tegenover derden kan doen gelden, zal, indien de medisch specialist dit wenst, het bestuur verhaalsrechten die de medisch specialist kan doen gelden tegelijk met zijn eigen vordering, geldend maken.

5. In geval het bestuur van mening is dat  ten aanzien van de arbeidsongeschikte medisch specialist er sprake is van een chronische ziekte, beroepsziekte of een levensbedreigende aandoening, kan deze een naar hoogte en duur te bepalen loonaanvulling aan de medisch specialist verstrekken.

Artikel 3.2.2. Pensioen tijdens loondoorbetalingsverplichting

Vanaf het tweede ziektejaar kan de medisch specialist, door vrijwillige voortzetting van de pensioenvoorziening,  pensioen opbouwen tot een maximum van het niveau geldend op de laatste dag van het eerste ziektejaar.
De medisch specialist ontvangt de geldende werkgeversbijdrage in de pensioenpremie op basis van het gekozen niveau van de voortzetting.

Artikel 3.3.1. Algemeen

1. De toeslagen en de gratificatie worden berekend over het voor de medisch specialist geldende salaris.

2. Met betrekking tot de toeslagen voor medisch specialisten met een deeltijd dienstverband, wordt het naar rato beginsel toegepast tenzij in de AMSArbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten anders is bepaald.

3. Inconveniëntentoeslagen worden berekend over het voltijd salaris.

4. Nadere uitwerking van de toeslagen vindt plaats in overleg met de VMSDVereniging medisch specialisten in dienstverband of, indien deze niet aanwezig is in het ziekenhuis, met de gemandateerde meerderheid van de medisch specialisten in dienstverband binnen de medische staf.
.

Artikel 3.3.2. Inconveniëntentoeslagen

1. Het bestuur kent aan de medisch specialist een maandelijkse toeslag toe voor het verrichten van  avond-, nacht- en weekenddiensten, waarvoor  de medisch specialist bereikbaar en/of aanwezig moet zijn. De hoogte van de toeslag wordt gebaseerd op de frequentie en de intensiteit van avond-, nacht- en weekenddiensten.

2. Tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten wordt uitsluitend gewerkt indien en voor zover de acute patiëntenzorg dit noodzakelijk maakt, waarbij de gemaakte reistijd wordt aangemerkt als werktijd.

3. Een telefonisch consult tussen 00.00 uur tot 08.00 wordt aangemerkt als een half uur werktijd.

4. Voor toepassing van dit artikel begint een avond-/nachtdienst in beginsel om 18.00 uur en eindigt om 08.00 uur de volgende dag.
Een weekenddienst op zaterdag en/of zondag bestaat uit twee diensten per dag. In totaal bestaat een week uit 9 diensten.


5. De hoogte van de frequentietoeslag wordt vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal te verrichten avond-, nacht- en weekenddiensten per maand en bedraagt maximaal 6%.
De toeslag bedraagt:
  1. 0% bij gemiddeld minder dan 2 avond-, nacht- of weekenddiensten;
  2. 2% bij gemiddeld 2 tot 6 avond-, nacht- of weekenddiensten;
  3. 4% bij gemiddeld 6 tot 10 avond-, nacht- of weekenddiensten;
  4. 6% bij gemiddeld 10 of meer avond-, nacht- of weekenddiensten per maand.

6. De hogte van de intensiteitstoeslag wordt vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal gewerkte uren tijdens avond-, nacht- of weekenddienst per maand en bedraagt maximaal 15%.
De toeslag bedraagt:
  1. 0%  bij gemiddeld minder dan 8 gewerkte uren;
  2. 5%  bij gemiddeld 8 tot 16 gewerkte uren;
  3. 10% bij gemiddeld 16 tot 24 gewerkte uren;
  4. 15% bij gemiddeld 24 of meer gewerkte uren.

7. Wanneer de frequentie of intensiteit wijzigt vindt overleg plaats over de aanpassing van de toeslag.

Artikel 3.3.3. Roostertoeslagen

1. Het bestuur kent aan de medisch specialist een maandelijkse toeslag toe voor het werken in een 24-uurs rooster. De hoogte van de toeslag wordt gebaseerd op het gemiddeld aantal gewerkte uren in dit rooster.
Een 24-uurs rooster bestaat uit dag- avond- en nachtdiensten. In het weekend kan daarnaast sprake zijn van bereikbaarheids- of aanwezigheidsdiensten.

2. De hoogte van de roostertoeslag bedraagt:
     a. 10,5 % als de ingeroosterde diensten leiden tot een werkweek van maximaal gemiddeld 45 uur per week op jaarbasis;
     b. 21% als de ingeroosterde diensten leiden tot een werkweek van meer dan gemiddeld 45 uur per week tot maximaal gemiddeld 52 uur per week op jaarbasis.

3. De medisch specialist die in aanmerking komt voor een roostertoeslag kan niet in aanmerking komen voor inconveniënten toeslagen op grond van artikel 3.3.2.

Artikel 3.4.1. Algemeen

1. Om aanspraak te kunnen maken op de in deze paragraaf beschreven vergoedingen overlegt de medisch specialist de originele bescheiden waaruit het te declareren bedrag van de variabele vergoedingen blijkt.

2. De toekenning van  de vergoedingen geschiedt ongeacht de omvang van het dienstverband.

3. De toekenning van variabele vergoedingen geschiedt ongeacht de omvang van het dienstverband, met in acht neming van het gestelde in artikel 3.4.3. lid 1 en lid 5    .

Artikel 3.4.2. Vergoedingen woon-werkverkeer en dienstreizen

1. Aan de medisch specialist wordt, in het kader van de functie-uitoefening, een vergoeding toegekend voor:
     -      reiskosten van woon-werkverkeer;
     -      de reiskosten van dienstreizen in opdracht van het bestuur;
     -      de noodzakelijke reiskosten bij bereikbaarheids- of aanwezigheidsdiensten;
     -      de verblijfskosten in relatie tot dienstreizen op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

2.  Reiskosten worden vergoed conform het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag.

Artikel 3.4.3. Vergoeding functiegebonden kosten

1. Ongeacht de overeengekomen arbeidsduur wordt aan de medisch specialist per kalenderjaar een budget toegekend ten behoeve van de vergoeding van  kosten in het kader van de functie-uitoefening, binnen de door de fiscus toegestane vrije vergoedingen terzake.

2. De hoogte van het budget is opgenomen in bijlage II. Indien de medisch specialist gedurende een kalender jaar in of uit dienst treedt wordt het budget naar rato toege­kend.

3. De vergoedingen voor werkelijk gemaakte kosten worden verstrekt op declaratiebasis.

4. Onder de functiegebonden kosten worden in ieder geval begrepen de kosten
  • in het kader van bij- en nascholing ten behoeve van de herregistratie als voorgeschreven door de betreffende wetenschappelijke vereniging dan wel het College Geneeskundige Specialismen (CGS);
  • ten behoeve van het lidmaatschap van een wetenschappelijke vereniging, de KNMG en haar beroepsverenigingen;
  • van individuele vakliteratuur, in samenhang met afspraken binnen het ziekenhuis of de organisatorische eenheid;
  • van communicatiemiddelen, voor zover fiscaal vrijgesteld, in samenhang met afspraken binnen het ziekenhuis of de organisatorische eenheid.

5. Bij toekenning van het budget kan rekening worden gehouden met een overloop als gevolg van het individuele accreditatie- bij- en nascholingspatroon. Als in enig jaar het toegekende budget niet volledig wordt gedeclareerd, kan het restant worden gereserveerd om in een volgend jaar de mogelijkheid te hebben hieraan een betere invulling te geven. Een en ander  met in achtneming van de afspraken hierover met de VMSDVereniging medisch specialisten in dienstverband en/of de organisatorische eenheid.

6. De medisch specialist kan de contributie voor de beroepsvereniging uit het brutoloon laten betalen wanneer het volledige budget functiegebonden kosten  van betreffende jaar is besteed aan andere vanuit betreffend budget te financieren activiteiten.

7. Aan de medisch specialist die uit hoofde van een andere (neven)functie, al dan niet in dienstverband, recht heeft op gelijke of vergelijkbare  vergoedingen, wordt het budget naar rato toegekend.

8. Het budget wordt jaarlijks, per 1 januari, aangepast aan de consumentenprijsindex.

Artikel 3.4.4. Vergoeding verhuiskosten

1. De medisch specialist die wordt verplicht te verhuizen om binnen het woongebied van de instelling te wonen ontvangt een tegemoetkoming in de werkelijke verhuiskosten tot een maximum van 10% van het bruto jaarsalaris. Verhuiskosten zijn kosten die verband houden met het vervoer van bagage en inboedel, het in- en uitpakken en overige daadwerkelijk gemaakte (herinrichtings)kosten die samenhangen met de verplichting te verhuizen.

2. Bij de vergoeding van de verhuiskosten is de fiscale regeling bepalend  voor de hoogte van de netto vergoeding.

3. Indien de partner van de medisch specialist eveneens recht heeft op een tegemoetkoming verhuiskosten wordt deze aanspraak in mindering gebracht op de tegemoetkoming van de medisch specialist.

4. De tegemoetkoming verhuiskosten dient geheel of gedeeltelijk te worden terugbetaald indien de medisch specialist het dienstverband binnen twee jaar vrijwillig verbreekt of ingeval het dienstverband binnen deze termijn wordt beëindigd op grond van aan de medisch specialist toe te rekenen gronden.