De IGZ signaleert 3 categorieën
tekortkomingen rond communicatie en afstemming, infectiepreventie
en de verantwoordelijkheid voor de medische apparatuur. In essentie
is de conclusie dat in de peroperatieve fase de veiligheid voor de
patiënt moet kunnen worden vergroot. Daarnaast constateert de
inspectie ook dat er over het algemeen binnen de OK gewerkt wordt
door zorgprofessionals die zich met hart en ziel voor de patiënt
inzetten en dat de zorg op een aanvaardbaar niveau wordt
uitgevoerd.
Proactieve maatregelen
Vooruitlopend op de presentatie van het
TOP 2-rapport hebben de NVZ vereniging van ziekenhuizen, de
Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), de Nederlandse
Vereniging voor Heelkunde (NVVH) en de Orde van Medisch
Specialisten reeds het initiatief genomen om, in het verlengde van
de preoperatieve richtlijn, de TOP 2-bevindingen proactief op te
pakken:
• Aansluiting bij de richtlijn ‘preoperatief proces’ voor
verbetering van de overdracht en de communicatie.
• Aansluiting bij het veiligheidsprogramma ‘Voorkom schade,
werk veilig’ voor de infectiepreventie.
• Een leidraad voor de verdeling van de verantwoordelijkheden
rond medisch apparatuur.
Tijdpad
Ziekenhuizen en beroepsgroepen constateren discrepantie in het door
de IGZ opgelegde tijdpad. Enerzijds moeten de ziekenhuizen veelal
voor 1 januari 2009 plannen van aanpak opstellen en afspraken
vastleggen, terwijl anderzijds de brancheorganisaties, koepels en
wetenschappelijke verenigingen gevraagd wordt zorg te dragen voor
verdere ontwikkelingen van landelijke richtlijnen. Het spreekt
vanzelf dat dit laatste meer tijd in beslag neemt. Dit is vooral
opvallend omdat de inspectie aangeeft dat de ernst van het proces
vraagt om urgentie, de complexiteit van het probleem om
zorgvuldigheid. ‘Veranderingen van gedrag en cultuur vragen enige
rust en vooral vertrouwen en kosten tijd’, zo laat de inspectie
weten.
Richtlijn operatief traject
NVA, NVVH, NVZ en Orde zien het TOP 2-rapport als aanleiding om de richtlijn preoperatief proces uit te breiden met het peroperatieve traject. De tweede fase van deze richtlijn zal gebruik maken van de SURPASS-checklist, gericht op informatieverzameling en -overdracht en samenwerking tussen disciplines. Met deze SURPASS-checklist (SURgical PAtient Safety System) wordt gedurende het gehele opnametraject toezicht gehouden op de chirurgische patiënt. De multidisciplinaire lijst is vooral gericht op transfermomenten. In de lijst is ook een time-out procedure opgenomen voor de start van de operatie. Belangrijker nog dan de ontwikkeling van de richtlijn is de implementatie van de richtlijn in de dagelijkse praktijk. Daarom wordt aan het ontwikkeltraject een implementatievoorstel gekoppeld.
Veiligheidsprogramma
In vijf jaar tijd wordt gestreefd naar een drastische verlaging van
het aantal postoperatieve wondinfecties (POWI's) in de
ziekenhuizen. Dit is een van de 10 thema’s in het
veiligheidsprogramma. Het expertteam POWI heeft 13 operaties bij 6
verschillende specialismen geselecteerd op basis van operaties die
het meest frequent voorkomen én de grootste spreiding in infecties
laten zien. De interventies die worden ingezet, komen voort uit
beschikbare 'good practices', zoals adequaat gebruik van
profylactische antibiotica, preoperatieve maatregelen zoals niet
scheren en het gebruik van de hygiënevoorschriften van de Werkgroep
Infectie Preventie (WIP).
Leidraad verantwoordelijkheden medische apparatuur
De medische apparatuur waarmee wordt
gewerkt is vaak een samenstel van apparaten dat zeer nauw op elkaar
dient te zijn afgestemd. Elk ziekenhuis moet daarom een integraal
apparatuurbeheersysteem hebben. Verantwoordelijkheden moeten
duidelijk zijn. De raad van bestuur is eindverantwoordelijk voor
onderhoud en beheer van de medisch apparatuur. De gebruiker moet
overzicht hebben van de aanwezige apparatuur, de staat van
onderhoud daarvan, de verantwoordelijkheden kennen, afwijkingen
rapporteren en bij gebruik een risicoafweging maken als een
afwijking is geconstateerd. Hiervoor wordt een concrete leidraad
opgesteld die een dezer dagen ter goedkeuring wordt voorgelegd aan
de wetenschappelijke verenigingen. De leidraad is geschreven door
afgevaardigden van NVA, NVVH, NVZ en Orde.
TOP 1
In 2007 verscheen het eerste gedeelte van het rapport Toezicht
Operatief Proces (TOP 1) van de IGZ. Dit gedeelte betrof het
preoperatieve traject waarin werd vastgesteld dat er veel verbeterd
kon worden, onder meer op het gebied van standaardisatie van
informatievoorziening, de overdracht van informatie, de
samenwerking tussen alle zorgverleners, de communicatie met de
patiënt, dossiervoering en verslaglegging. De Inspectie kwam tot de
conclusie dat de patiënt onvoldoende centraal staat.
Veldpartijen hebben in antwoord daarop de richtlijn ‘preoperatief traject’ ontwikkeld. In deze richtlijn is vastgelegd wat er in het preoperatief proces geregeld dient te worden, welke informatie preoperatief moet zijn uitgevraagd, gedeeld en/of worden vastgelegd om de veiligheid van de patiënt op de OK en na de OK te bewaken. Centraal in de richtlijn staat het regelen van en zichtbaar maken wie waarvoor verantwoordelijk is. Inmiddels is de conceptrichtlijn beschikbaar. In 5 ziekenhuizen (Bernhoven Ziekenhuis Oss & Veghel, Elizabeth ziekenhuis Tilburg, MC Leeuwarden, UMC St Radboud Nijmegen en Atrium ziekenhuis Heerlen) worden patiënten gedurende de maanden september en oktober 2008 volgens de richtlijn, met behulp van een speciaal ontwikkelde digitale checklist, naar hun operatie begeleid. Na analyse van de gegevens en evaluatie van deze praktijktest zal de richtlijn worden aangepast en in december 2008 aan ZonMw worden aangeboden. Hiermee wordt ook aan het gewenste tijdpad van IGZ voldaan. Met IGZ is afgesproken dat de richtlijn na aanbieding eind 2008 nog enige ruimte laat voor aanpassingen.
TOP 3
Na de IGZ-onderzoeken naar het pre-
(TOP 1) en peroperatieve (TOP 2) traject zal ook een rapport over
het postoperatieve traject (TOP 3) volgen. Aangezien ook dit
rapport implicaties zal hebben voor de werkwijze en afstemming
rondom de operatiepatiënt, houden partijen hiermee vast rekening in
de maatregelen die zij treffen. Uiteindelijk willen betrokken
medisch specialisten een landelijke richtlijn perioperatief proces
ontwikkelen en implementeren met als doel de veiligheid voor de
operatiepatiënt in Nederland te optimaliseren.