Het nationaal Kwaliteitsinstituut voor de zorg, dat in 2013 operationeel wordt, gaat een gedifferentieerde aanpak voor de cure en de care hanteren. Dat zei minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een overleg met de Tweede Kamer.
Met deze gedifferentieerde aanpak beantwoordt ze aan de wens van de Kamer, die in het debat de grote verschillen tussen de sectoren benadrukte op het gebied van kwaliteit en kwaliteitsindicatoren. Het nieuwe instituut krijgt adviescommissies (zowel voor cure als care) met deskundigen vanuit de branches en van patiëntenorganisaties.
Verantwoordelijkheid bij veld
In de brief waarin ze de plannen voor het
Kwaliteitsinstituut ontvouwt, geeft Schippers aan dat veldpartijen
(zorgaanbieders en professionals) verantwoordelijk zijn en blijven
voor de kwaliteit. In het debat beklemtoonde ze dat uitgangspunt:
‘De verantwoordelijkheid ligt bij private partijen, maar met het
Kwaliteitsinstituut geven we het publiek een duwtje in de rug.’
Doorzettingsmacht
Het nieuwe instituut krijgt ‘doorzettingsmacht’; een
term die in het Kamerdebat vragen opriep. Tot wanneer is het veld
zelf aan zet en wanneer grijpt het Kwaliteitsinstituut in? De
minister gaf hier geen concreet antwoord op; ze verwees naar het
werkplan dat het instituut jaarlijks gaat maken en dat in de Kamer
zal worden besproken. In algemene zin zal het Kwaliteitsinstituut
van zijn doorzettingsbevoegdheid gebruikmaken bij te lang
uitblijven van richtlijnen. In dat geval zal het instituut een
beroep doen op experts uit het veld, aldus Schippers.
Veelheid aan doelen
Het Kwaliteitsinstituut zal opgaan in het College
voor zorgverzekeringen (CVZ), dat een nieuwe naam krijgt. De nieuwe
organisatie gaat zich bezighouden met verschillende ‘innovatieve
processen’, zoals de minister het noemde: opleiding en
taakherschikking, pakketbeheer, kwaliteitszorg en
zorgverzekeringen.
Verschillende Kamerleden zetten vraagtekens bij deze opeenstapeling van doelen. Ook spraken ze zorg uit over bureaucratie, regeldruk en afvinklijstjes. Schippers hield de Kamer voor dat er een lean and mean instituut komt, met een beperkte staf. ‘Het Kwaliteitsinstituut moet de bureaucratie juist terugdringen. Het gaat mij niet om véél indicatoren, ik wil focussen op onderscheidende indicatoren die aansluiten bij het primaire proces in de zorg. Kosten en doelmatigheid zijn daarbij belangrijke elementen’.
Wettelijke publicatieplicht
Onder druk van met name Eelke van der Veen (PvdA)
zegde de minister toe dat zorginstellingen wettelijk verplicht
worden om bekend te maken hoe zij scoren op verschillende
kwaliteitsindicatoren. Het is de vraag wat de meerwaarde is van
deze verplichting: ook nu al hebben instellingen een
publicatieplicht op het gebied van kwaliteit, namelijk in het
Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording.
Vervolg
In december stuurt de minister een brief naar de
Kamer waarin het traject naar 2013 wordt beschreven. Daarin
besteedt ze ook aandacht aan verantwoordelijkheden in de
overgangsperiode. Begin 2012 wordt de wet die het
Kwaliteitsinstituut mogelijk zal maken aan het parlement
voorgelegd.