De Nederlandse ziekenhuizen behaalden in 2005 een resultaat van € 111 miljoen. Dat was weliswaar minder dan in 2004, toen het resultaat € 126 miljoen bedroeg, maar in 2005 hadden de ziekenhuizen te maken met een korting van € 85 miljoen. Zonder deze korting zou het resultaat belangrijk hoger zijn geweest dan in 2004.
Vrije
prijsonderhandelingen
De cijfers zijn het resultaat van een analyse van de NVZ vereniging
van ziekenhuizen op basis van de jaarrekeningen 2005 van 80 van de
86 algemene ziekenhuizen. De NVZ schrijft de positieve ontwikkeling
onder meer toe aan de introductie van vraagsturing. Vanaf 1
februari 2005 zijn voor een deel van de ziekenhuisverrichtingen
vrije prijsonderhandelingen met zorgverzekeraars mogelijk. De NVZ
pleit dan ook voor verdere uitbreiding van de vrije
prijsvorming.
Arbeidsproductiviteit en
werkgelegenheid
De arbeidsproductiviteit in de
ziekenhuisbranche is gestegen met 2,4%. In 2004 was het cijfer
2,7%. Beide percentages zijn goed vergelijkbaar met de
ontwikkelingen in de marktsector. De toegenomen
arbeidsproductiviteit heeft ertoe bijgedragen dat de kostenstijging
per eenheid zorg onder de stijging van de consumentenprijsindex is
gebleven. Het aantal fte’s is in 2005 met 0,15% toegenomen. In
absolute termen is het aantal in 2005 met minder dan 200 fte
gestegen.
Omzet- en andere
cijfers
De omzet van de ziekenhuizen steeg met 4,2 procent ten opzichte van
2004: van € 9,2 miljard naar € 9,6 miljard. De bedrijfslasten namen
met 4,6% toe. De (fysieke) productie steeg met 2,6%. Deze toename
is berekend aan de hand van opnames, verpleegdagen, dagopnames en
eerste polikliniekbezoeken. De klinische opnames namen toe met
3,3%, terwijl het aantal verpleegdagen gemiddeld met 0,2% daalde.
Het aantal dagopnames steeg met 7%, de eerste polikliniekbezoeken
stegen met ruim 2,2%. De ligduur daalde met 3,4% ten opzichte van
2004: van 6,7 naar minder dan 6,5 dagen.
Weerstandsvermogen
De eigen vermogens van de
ziekenhuizen zijn verbeterd. De verhouding tussen het eigen
vermogen en de bedrijfsopbrengsten is toegenomen van 7,7% in 2004
naar 8,6% in 2005. Het door het Waarborgfonds voor de Zorgsector
wenselijk geachte percentage van 15 is echter voor de meeste
instellingen nog ver verwijderd. Slechts 14% van de instellingen
bereikte in 2005 deze norm (2004: 10%). Om alle ziekenhuizen op de
norm van 15% te verheffen, is ten minste nog € 600 miljoen extra
vermogensvorming nodig. Hierbij is nog niet voorzien in de
noodzakelijke vermogensgroei vanwege de stijgende
bedrijfsopbrengsten.
Doelmatigheidsverbetering
behouden
Voor het realiseren van een beter
weerstandsvermogen is het volgens de NVZ zaak dat ziekenhuizen hun
marges verbeteren door hun doelmatigheidsverbetering te kunnen
behouden. De opbrengsten hieruit zijn ook nodig voor de
financiering van grote investeringen en vernieuwingen in de komende
jaren, onder andere bedoeld om nog meer doelmatig werken mogelijk
te maken.
Geen nieuwe
kortingen
Dat betekent onder meer dat het van belang
is dat de overheid de branche geen nieuwe kortingen oplegt. De NVZ
is ervan overtuigd dat een systeem van marktwerking de beste
voorwaarden biedt om de ingezette doelmatigheidsverbetering
blijvend te bevorderen. In zo’n omgeving past dergelijk
overheidsingrijpen bovendien niet. De korting waarmee ziekenhuizen
in 2005 te maken hadden, vloeide voort uit het prestatiecontract
dat in 2004 werd gesloten tussen het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de NVZ en Zorgverzekeraars
Nederland (ZN).