Op het gebied van governance heeft Nederland niet veel te leren van landen als België, Duitsland en Engeland. Onderzoek van Ecory’s naar de formele en informele governancemechanismen in drie sectoren (woningcorporaties, ziekenhuizen en voortgezet onderwijs) wijst eerder op het tegenovergestelde. Uitgangspunt van het onderzoek was dat een vergelijking van de drie sectoren met het buitenland aanknopingspunten op zou kunnen leveren om het bestuur en toezicht bij semi-publieke instellingen te verbeteren. De resultaten werden 16 juni 2010 gepresenteerd tijdens een door het ministerie van Economische Zaken (EZ) georganiseerd congres over governance.
Wat betreft de ziekenhuizen staan er enkele opvallende conclusies in het rapport van Ecory’s. Nederland loopt voorop, de huidige toelatingsovereenkomst bemoeilijkt de (gewenste) aansturing van medisch specialisten en de zorgsector heeft een goede keuze gemaakt door niet te kiezen voor lokale vertegenwoordigingen in het bestuur van een ziekenhuis. Opvallende opmerking in het rapport was daarnaast dat de Duitse for profit ziekenhuizen (31% van alle Duitse ziekenhuizen) in hun omgeving bekend staan om hun goede kwaliteit, correcte bejegening en korte wachttijden. Omliggende ziekenhuizen voelen hun concurrentiedruk, waardoor ook zij na verloop van tijd beter gaan scoren op de genoemde factoren
Keurslijf
Nederland loopt op het gebied van governance voor op landen als
België, Duitsland en Engeland. Nederland heeft qua governance van
deze landen dan ook niet veel te leren; het is eerder omgekeerd.
Belangrijk pluspunt is dat Nederland het enige land is dat een
zorgspecifieke governancecode heeft. Uit het onderzoek blijkt ook
dat ons land niet gebaat is bij een wettelijk vastgelegde
governancestructuur. Ziekenhuizen zouden daarmee te zeer in een
keurslijf worden gedwongen. Wat mogelijk wel wenselijk is, is een
verwijzing in de wet naar de eigen Zorgbrede Governancecode, zodat
deze ook van toepassing wordt op niet-leden van de
brancheverenigingen.
Sturingsinstrument
In alle onderzochte landen geldt dat het besturen van ziekenhuizen
een complexe aangelegenheid is. Dit hangt samen met de kenmerken
van ziekenhuizen als professionele organisatie, waarbij de medische
staf de uitvoerende kern vormt. In alle onderzochte landen speelt
de vraag hoe de rol van de raad van bestuur richting medische staf
kan worden versterkt. In Nederland is het ook de vraag hoe de raad
van bestuur meer inzicht kan krijgen in de kwaliteit van zorg. De
Engelse situatie leert dat van een steeds verdergaande regulering
weinig is te verwachten. De Duitse situatie laat zien dat
prestatieafhankelijke bonussen in private ziekenhuizen de
mogelijkheid bieden om de relatie tussen chef-artsen en de raad van
bestuur te verbeteren. Ook wijst het rapport erop dat de huidige
toelatingsovereenkomst de gewenste aansturing bemoeilijkt. Een van
de opties is daarom om alle specialisten in loondienst te nemen,
maar ook de optie van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg voor
een landelijke uniforme, verplichte vijfjaarlijkse beoordeling
(welke leidt tot een besluit over een verlenging van de arbeids- of
toelatingsovereenkomst) zou de raad van bestuur een krachtig
sturinginstrument bieden.
Vertegenwoordiging belanghebbenden
Ten slotte laat het onderzoek zien dat de zorgsector in zijn nieuw
code een goede keuze maakte door niet te kiezen voor lokale
vertegenwoordigingen in het bestuur van een ziekenhuis. De
buitenlandse ervaringen laten zien dat politieke kleur en belangen
van deze vertegenwoordigingen dan een ongewenste rol gaan spelen.
Ook ontstaat in dat geval het risico op gebrek aan
professionaliteit. Een vertegenwoordiging van burgers in
cliëntenraden of in een belangenhebbendenvertegenwoordiging zoals
in Engeland, zou wel mogelijk zijn.
Het eindrapport van EZ inclusief de deelrapporten (er is ook een
landenstudie over Governance in ziekenhuizen) zijn
hier te downloaden via de website van EZ:
Informatie: Duurd Aanen 030 273 93 62,dk.aanen@nvz-ziekenhuizen.nl