STZ concentreert zich meer op inhoud
Officieel treedt Maarten Rook, bestuursvoorzitter van het St. Antonius Ziekenhuis, pas per 15 december aan als voorzitter van de vereniging Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ). Als ‘president elect’ is Rook echter al sinds 1 april als zodanig aan de slag. Hij spreekt dan ook vrijuit over de nieuwe speerpunten van de STZ, maar ook over het Santeonnetwerk waar hij met het St. Antonius Ziekenhuis deel van uitmaakt.
“Het voorzitterschap van de STZ is in principe een baan voor twee dagen per week. Omdat mijn voorganger Leon van Eijk echter al per 1 april wilde stoppen, moesten we voor die tussenliggende periode iets verzinnen. Ik ben daarom nu voorzitter met een beperkte tijdsinvulling. Eind dit jaar ga ik als bestuursvoorzitter van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein/Utrecht met vervroegd pensioen en zal ik het volledige voorzitterschap van de vereniging op mij nemen. Een mooie manier om af te trainen, want bestuursvoorzitter zijn van ziekenhuis is echt topsport; dat vind niet alleen ik, maar dat vindt ook mijn vrouw.” Behalve het voorzitterschap van de STZ zal Maarten Rook na zijn pensionering ook actief blijven als toezichthouder van de Hogeschool Utrecht en wil hij “ook wat vrijwilligerswerk gaan doen”.
Speerpunten
Rook zal als STZ-voorzitter andere accenten gaan leggen dan zijn
voorganger. “Van Eijk heeft, terecht, veel tijd besteed aan de
relatie met de NVZ en andere ziekenhuizen binnen de NVZ, zoals de
Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ). Daar is onder meer uit
gekomen dat de STZ nu vier zetels heeft in het bestuur van de NVZ
(Tineke Hirschler, Chiel Huffmeijer, Hans van der Schoot en Olof
Suttorp) en dat is dus niet iets waar ik nog energie in hoef te
steken. Ik zal mij daarom meer op de inhoud gaan concentreren.”
Daarbij doelt Rook onder meer op de topreferente en topklinische zorg die de STZ-ziekenhuizen leveren. “Er zijn een paar ziekenhuizen, waarvoor mensen een straatje omrijden. In plaats van op ziekenhuisniveau kan je ook voor een in discipline gespecialiseerde afdeling omrijden.”
Een ander onderwerp waaraan de nieuwe voorzitter meer aandacht
wil gaan besteden, zijn de opleidingen. “Ongeveer de helft van de
medisch specialisten en de specialistische verpleegkundigen wordt
opgeleid binnen de STZ-ziekenhuizen, de rest op een enkele
uitzondering na in de academische ziekenhuizen”, duidt Rook het
belang.
Een derde speerpunt in het beleid wordt het verrichten van
onderzoek, waarbij het vooral om de relatie met de UMC’s gaat.
Moedig
De koers van de STZ zal op sommige punten blijven afwijken van de
koers van de NVZ, voorspelt Rook. “Het probleem van de NVZ is
vergelijkbaar met dat van de levensmiddelenhandel. Daarin heb je
kleine kruideniers, maar ook de Albert Heijn. Neem het onderwerp
verloskunde, waarover de laatste tijd veel te doen was.
STZ-ziekenhuizen zijn groot genoeg om dat te bieden, voor kleinere
ziekenhuizen is dat veel lastiger. Hetzelfde geldt voor
level-2-ic’s en level-3-ic’s. Het is soms lastig om dat allemaal te
vertalen naar één standpunt. Dat maakt het op sommige onderwerpen
dus lastiger om samen op te trekken. Op andere onderwerpen, zoals
de cao of de landelijke campagne ‘Het Ziekenhuis Zorgt’, is dat
weer geen probleem.”
Thee
Het lidmaatschap van de NVZ staat wat de STZ
betreft niet ter discussie. Deelbelangen, zoals die van de SAZ (die
onder voorzitterschap staat van Binso Wymenga) en die van de STZ,
zijn volgens Rook echter een gegeven. “Die polen zijn er nou
eenmaal. Ik ben van plan binnenkort eens een kop thee te gaan
drinken met Wymenga om te kijken hoe we daarmee om kunnen gaan. Dat
zal best lukken, want de STZ bestaat al sinds 1996 en het is altijd
gelukt om in NVZ-verband prettig samen te werken.” Is de nieuwe
STZ-voorzitter niet bang dat door meerdere lobbygroepen voor
ziekenhuizen de branche als geheel juist aan invloed verliest? “Die
kans bestaat en dus moeten we heel goed kijken naar de onderwerpen
waar het om gaat. Op bepaalde vlakken is het bijvoorbeeld zo dat
STZ-ziekenhuizen meer gemeen hebben met academische ziekenhuizen
dan met andere ziekenhuizen. Dat hoeft absoluut niet te bijten met
het NVZ-belang.”
Rook constateert dat de uitkomst van al die belangen binnen de NVZ
gelukkig niet automatisch leidt tot zouteloze compromissen. “Zo wil
het NVZ-bestuur in het kader van de brede heroverweging dat de NVZ
het initiatief neemt. Dat vind ik moedig! We zullen hoe dan ook
zien dat alle ziekenhuizen bezuinigingen over zich heen krijgen. Ik
verwacht dat we die allemaal in gelijke mate voor de kiezen
krijgen, al zullen er misschien ook terreinen zijn die bepaalde
groepen ziekenhuizen in het bijzonder treffen. Zo zouden
bezuinigingen op opleidingen bij ons harder aankomen dan bij de
meeste andere ziekenhuizen. Maar op zich hoeft dat geen bestuurlijk
probleem te zijn.”
Netwerken
De vraag is natuurlijk op welke manier politiek Den Haag de
ziekenhuiszorg, op een goedkopere manier, wil gaan vormgeven. “Ik
kan me voorstellen dat er steeds meer regionale
samenwerkingsverbanden komen. Dan kun je bijvoorbeeld een aantal
gespecialiseerde vormen van zorg bij een of meerdere grotere
gespecialiseerde instellingen leggen, terwijl de iets gewonere
behandelingen misschien juist goedkoper kunnen worden uitgevoerd in
de wat kleinere ziekenhuizen. Dan rijst natuurlijk wel direct de
vraag waar je blijft met je marktwerking. Uiteindelijk zullen we
toch eerst de verkiezingen af moeten wachten voordat we weten naar
welke kant dat dubbeltje gaat vallen.”
Ook nu vormen ziekenhuizen, zowel regionaal als nationaal, eigen netwerken. Zo vormt het St. Antonius Ziekenhuis, waar Rook bestuursvoorzitter is, samen met vijf andere topklinische ziekenhuizen sinds 2005 een netwerk. Sinds begin dit jaar treedt het netwerk onder de naam Santeon naar buiten. “Wij willen een sterk samenwerkingsverband zijn, geen koepel. Het uitgangspunt is dus volstrekt anders dan bij een belangenbehartiger als STZ of NVZ. Santeon werkt samen op gebieden als, kwaliteit, inkoop en opleiding en wil in de toekomst bijvoorbeeld ook een gezamenlijke ICT-afdeling vormen. Het is meer een keten met een bestuur en veel minder een lobbyorganisatie. De ziekenhuizen van Santeon liggen ver genoeg uiteen, waardoor er geen ongeoorloofde marktconcentratie plaatsvindt, vindt ook de Nationale Mededingingsautoriteit. We mogen het onderling alleen niet over prijzen hebben, dan zouden we voor een andere structuur moeten kiezen. Daar wordt wel over nagedacht.”
Santeon
Achtergrond van het samenwerkingsverband is dat de ziekenhuizen
graag een gezamenlijke uitstraling willen richting collectieven van
patiënten en zorgverzekeraars. Die zorgverzekeraars kunnen een
overeenkomst met Santeon sluiten, waardoor zij hun collectieve
klanten kunnen garanderen dat zij, onafhankelijk van hun
woonplaats, verzekerd zijn van een behandeling die voldoet aan de
kwaliteitsnormen van Santeon. Commerciële samenwerking dus. “We
willen er klaar voor zijn als buitenlandse investeerders hier hun
intrede gaan doen. Die ontwikkeling is elders in Europa al lang
bezig. Omdat het stelsel hier wat ondoorzichtiger is, waren
buitenlandse investeerders tot nog toe huiverig. Zodra de
ziekenhuisfinanciën inzichtelijker worden, komen ze wel. Dat heb je
met de trein- en busmaatschappijen ook gezien. Er zit op dit vlak
echt beweging in de wereld en daar willen we graag vroeg bij zijn.
Vooralsnog gaat het goed, want we zijn nu vijf jaar bezig en hebben
in Nederland nog geen vergelijkbaar initiatief.. Overigens staat in
dit hele proces één punt centraal: wat is het voordeel voor de
patiënt?”