De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben onlangs de Richtsnoeren zorggroepen gepubliceerd (zie hiervoor de bijlagen en www.nza.nl en www.nmanet.nl ). Deze richtsnoeren geven het kader aan waarbinnen zorgaanbieders, waaronder ook ziekenhuizen, samenwerkingsafspraken mogen maken. De richtsnoeren zijn tot stand gekomen na een uitgebreide consultatieronde, waarop ook de NVZ via de Brancheorganisaties Zorg (BoZ) heeft gereageerd.
Oprichting zorggroepen
De NMa en NZa constateren een ontwikkeling waarbij - vooral bij chronische aandoeningen - de zorg steeds meer multidisciplinair wordt georganiseerd en als één product wordt aangeboden. Het gaat hierbij om de zorg voor onder meer diabetes, COPD, hartfalen, cardiovasculair risicomanagement (CVR), astma, obesitas en depressie. Zorggroepen worden opgericht om deze multidisciplinaire zorgproducten (ketenzorg) te organiseren en richten zich momenteel vooral op diabeteszorg.
De bestaande zorggroepen zijn veelal opgezet door huisartsen. In veel regio’s zijn huisartsen daarom bestuurder en/of (mede-)eigenaar van de zorggroep. Maar er zijn ook gevallen waarin ziekenhuizen en huisartsenlaboratoria samen met huisartsen, of samen met fysiotherapeuten, een zorggroep hebben opgezet.
Coördinerende rol
Een zorggroep neemt volgens de beide toezichthouders een coördinerende rol op zich bij de behandeling van een of meer chronische ziekten en bepaalt op welke manier verschillende aanbieders in een keten samenwerken.
Toegestane en verboden samenwerking
In het algemeen geldt dat
samenwerkingsafspraken zijn toegestaan als de kwaliteit van zorg
voor de patiënt daar beter van wordt. Afspraken die onnodig de
onderlinge concurrentie beperken, of kunnen leiden tot misbruik van
marktmacht, zijn verboden.
NMa en NZa zijn voorstander van ketenzorg: samenwerkingsvormen
tussen verschillende disciplines (multidisciplinaire samenwerking)
om de kwaliteit van zorg te verbeteren, zijn dan ook toegestaan.
Pas bij ‘verdikking’ van de keten, namelijk wanneer de samenwerking
ook plaatsvindt tussen zorgaanbieders binnen dezelfde discipline
(monodisciplinaire samenwerking), ontstaan er mogelijk
mededingingsbeperkende problemen.
Richtsnoeren bakenen het speelveld
af
Iedere samenwerkingsvorm is uniek. De richtsnoeren schrijven niet
voor welke organisatievormen mogelijk zijn en welke niet, maar
geven het kader aan waarbinnen zorggroepen en de bij ketenzorg
betrokken aanbieders afspraken kunnen maken. Zorggroepen en
zorgaanbieders houden zelf de vrijheid om te bepalen hoe zij de
zorg willen organiseren en hoe ze deze binnen de zorgstandaard
willen leveren.
Naast mogelijk optreden van de NMa op basis van de Mededingingswet zal de NZa, als dat noodzakelijk is, overwegen om het instrument van aanmerkelijke marktmacht (AMM) in te zetten ten aanzien van individuele zorggroepen. Nadere informatie treft u aan in de q’s en a’s en de richtsnoeren die zijn bijgevoegd.
Informatie: Bert Hermans 030-2739224 of hegm.hermans@nvz-ziekenhuizen.nl