De problematiek rondom kapitaallasten en de invoering van
DOT waren de twee hoofdonderwerpen tijdens het algemeen overleg
(AO) dat de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport (VWS) op 7 april met minister Klink had. Aanleiding voor het
overleg was de eerdere controversieelverklaring – als gevolg van de
val van het kabinet – van het onderwerp prestatiebekostiging. De
Kamer oordeelde echter dat het noodzakelijk was om wel stappen te
zetten rondom kapitaallasten en DOT, twee onderwerpen die nauw met
prestatiebekostiging zijn verbonden.
Het plan 'DBC's op weg naar transparantie' (DOT) is
bedoeld om verbeteringen aan te brengen in het systeem van
diagnose-behandelcombinaties, dat in 2005 is geïntroduceerd en dat
op verschillende onderdelen ontoereikend is. DOT moet ertoe leiden
dat producten medisch herkenbaarder worden, de administratieve
lasten worden verlicht, de betrouwbaarheid wordt vergroot en een
duidelijke onderhandelingstaal tussen verzekeraars en ziekenhuizen
ontstaat.
Verschillende partijen, waaronder de NVZ en de individuele ziekenhuizen, hebben de afgelopen jaren hard gewerkt om stappen in het kader van DOT te zetten. Dat had ertoe moeten leiden dat het nieuwe systeem in 2011 zou worden ingevoerd. Deze planning was gekoppeld aan de gelijktijdige introductie van prestatiebekostiging. Nu prestatiebekostiging door de Tweede Kamer controversieel is verklaard – overigens tot ongenoegen van de ziekenhuizen – heeft de NVZ de politieke partijen door middel van een brief, factsheets en gesprekken met woordvoerders duidelijk gemaakt dat voorlopig ook geen sprake kan zijn van invoering van DOT. De NVZ wil eerst verschillende onderdelen van het systeem verbeteren voor de overstap te maken naar algehele invoering ervan.
Schaduwdraaien
Dit signaal was goed opgepakt door de Kamerleden. In het debat met
de minister gaven ze aan dat ze op zich achter DOT staan – alleen
Henk van Gerven (SP) was en bleef tegenstander – maar dat ze zich
kunnen vinden in de door de NVZ voorgestane temporisering. Ze
bepleitten wel dat ziekenhuizen in 2011 alvast gaan schaduwdraaien
met het nieuwe systeem, 'maar dan met zo min mogelijk
bureaucratie' (Esmé Wiegman, ChristenUnie).
Minister Klink nam het pleidooi van de Kamer over: hij achtte de
aanvankelijk voorgenomen invoering van DOT per 1 januari 2011 niet
verantwoord, gelet op het feit dat 'de bereidheid bij het veld
niet optimaal is'. Wat betreft schaduwdraaien kon hij zich
voorstellen dat dit niet per se door alle ziekenhuizen hoeft te
gebeuren. In 2011 gaan ziekenhuizen en andere betrokken partijen
aldus meer ervaring met DOT opdoen en verbeteringen aanbrengen. De
Kamer kan vervolgens een besluit nemen over definitieve invoering,
wat op zijn vroegst in 2012 gestalte zou kunnen krijgen. Margreeth
Smilde (CDA) had tijdens het debat geopperd om alvast een
principebesluit over DOT-invoering te nemen, maar de meerderheid
van de Kamer voelde hier niet voor.
Kapitaallasten
Zo soepel als het debat over DOT verliep, zo moeilijk had de
minister het met het onderwerp kapitaallasten. Slechts enkele dagen
voor het debat had Klink zijn langverwachte brief over dit
onderwerp naar de Kamer gestuurd. In reactie hierop had de NVZ de
Kamerleden laten weten verheugd te zijn dat de minister
ziekenhuizen na een lange periode van onzekerheid eindelijk
duidelijkheid gaat bieden over de consequenties van de overgang van
het bouwregime naar de eigen verantwoordelijkheid voor
vastgoedinvesteringen.
Tegelijkertijd stelde de NVZ dat de brief een aanzet voor een oplossing is, maar dat er – zowel voor de korte als de lange termijn – nog de nodige tekortkomingen zijn. In de eerste plaats moeten ziekenhuizen zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn als het gaat om het vaststellen van hun jaarrekeningen over 2009. Omdat ziekenhuizen hun gebouwen volgens normale bedrijfseconomische regels moeten waarderen, kan dat leiden tot dusdanige afwaarderingen dat zich technische faillissementen kunnen voordoen. De minister moet daarom duidelijk maken dat ziekenhuizen op dit punt mogen afwijken van de regels voor jaarverslaggeving. Daarnaast is nog onduidelijk hoe de toekomstige vergoeding voor kapitaallasten in het A-segment eruit zal zien. Een van de andere knelpunten is dat ziekenhuizen die eerder de stap hebben gezet te gaan bouwen, maar geen vergunning in het kader van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) hebben, geen gebruik kunnen maken van de overgangsregeling die de minister heeft gecreëerd.
Duidelijkheid
Onder herhaalde verwijzing naar de brief van de NVZ riep de Kamer
de minister op om ziekenhuizen de gevraagde aanvullende
duidelijkheid te bieden. Hoewel Klink hun stellig verzekerde dat
zijn brief de branche voldoende comfort biedt voor het oplossen van
de verschillende problemen rondom kapitaallasten en dat hij niet
van zins is hiervoor extra middelen uit te trekken, waren met name
Eelke van der Veen (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Fatma Koser Kaya
(D66) niet overtuigd door de antwoorden van de minister. Zij riepen
hem op om op korte termijn met de NVZ en met Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) om de tafel te gaan, en de Kamer te laten weten wat
dit overleg heeft opgeleverd. Omdat Klink zich niet tot een
toezegging op dit punt liet verleiden, besloot de commissie om op
korte termijn een extra procedurevergadering te houden om zich op
de ontstane situatie te beraden.
Vervolg
De vraag is nu dus aan de orde of er op korte termijn wel een
overgangsregeling kan komen, of dat de door VWS voorgestelde
regeling te weinig biedt en daarom weer van tafel gaat. Na de extra
procedurevergadering, die Klink mogelijk weer tot nadere informatie
aan de Kamer gaat uitnodigen, zullen fracties overwegen of ze de
overgangsregeling in deze vorm steunen.
Ten aanzien van de jaarrekeningen over 2009 zal de NVZ begin
volgende week met VWS en met accountants overleggen over de vraag
of de regeling van de minister voldoende is om te voorkomen dat er
fors moet worden afgeboekt op de balansen van de ziekenhuizen.
Indien accountants een positief signaal afgeven, zal de minister
hiervan per direct op de hoogte worden gesteld.