In dit nummer van NVZ Nieuws: Ontwerpadvies van de SER: Dienstenrichtlijn met meer waarborgen gewenst, Voorstel Europese Commissie: Wijziging Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Verkeerde-bed-zorg vereist toelating in 2006 en de Ledenagenda.
Inhoudsopgave:
Ontwerpadvies van de SER: Dienstenrichtlijn met meer waarborgen gewenst
Voorstel Europese Commissie: Wijziging Richtlijn erkenning beroepskwalificaties
Verkeerde-bed-zorg vereist toelating in 2006
Ontwerpadvies van de SER: Dienstenrichtlijn met meer waarborgen gewenst
In december 2004 heeft het kabinet, mede op verzoek van de Tweede Kamer, de Sociaal Economische Raad (SER) gevraagd een advies uit te brengen over de Dienstenrichtlijn. Centraal daarbij stond de toepassing van het land-van-oorsprong-beginsel.
Op 1 april 2005 heeft de Commissie internationale sociaal-economische aangelegenheden van de SER het ontwerpadvies gepubliceerd. Dit ontwerpadvies van de SER staat positief tegenover invoering van een Europese richtlijn die een interne markt voor diensten (waaronder in principe ook diensten in de zorgsector) tot stand brengt. Het huidige voorstel van de Europese Commissie schiet naar het voorlopig oordeel van de SER tekort en heeft op een aantal punten verdere uitwerking en verbetering nodig. Er zouden meer waarborgen moeten komen voor het functioneren van het land-van-oorsprong-beginsel en het daarop gebaseerde vrij verkeer van diensten. Verder is een meer dwingende regeling van de administratieve samenwerking tussen lidstaten nodig. Een preciezere afbakening van het vestigingsbegrip is volgens het ontwerpadvies noodzakelijk om postbusondernemingen te voorkomen. Gedurende een overgangsperiode moet er een mogelijkheid blijven om in dwingende gevallen het vrij verkeer van diensten te beperken. Het ontwerpadvies zal worden vastgesteld in de openbare vergadering van de Europese Raad op 20 mei 2005. Het is de vraag of de Nederlandse regering met het SER-advies invloed zal kunnen uitoefenen op de Brusselse besluitvorming. Daarbij is van groot belang hoe men tegen de plaats van de gezondheidszorg binnen of buiten de toekomstige richtlijn aankijkt.
Noodzaak Dienstenrichtlijn
De Dienstenrichtlijn is een essentieel onderdeel van de Lissabon-strategie voor meer dynamiek in de Europese economie. Deze dynamiek is nodig om een hoge levensstandaard en een goede levenskwaliteit te garanderen. Een goed werkende interne markt voor diensten zou een zeer gewenste groei-impuls kunnen geven aan de Nederlandse en de Europese economie. In het ontwerpadvies wordt gesteld dat daarvoor de Diensten-richtlijn nodig is. Een beleidsmatige aanpak via de invoering van een richtlijn verdient de voorkeur boven het wegnemen van belemmeringen via de jurisprudentie van het Europese Hof. Door de benadering van het Hof, dat van geval tot geval in individuele zaken uitspraak doet, zal het vele jaren duren om het dienstenverkeer volledig vrij te maken. Uitspraken van het Hof laten per definitie geen ruimte voor meer strategische afwegingen. Het Hof kan alleen voorschrijven wat lidstaten niet mogen doen.
Het ontwerpadvies en de gezondheidszorg
Een zo breed mogelijk bereik van de Dienstenrichtlijn verdient volgens de SER in beginsel de voorkeur. Van veel specifieke uitzonderingen en bijzondere bepalingen worden consumenten niet wijzer. Daardoor dreigt ook het gevaar van een te hoge regeldruk. De mogelijkheid voor specifieke sectorale harmonisatie (of grensover-schrijdende zelfregulering) moet, als daartoe behoefte blijkt, open blijven.
De ontwerprichtlijn laat ruimte aan de lidstaten om kwaliteit en toegankelijkheid van zorgvoorzieningen te waarborgen. Wat niet wordt toegestaan is het onnodig beperken van de vrijheid van vestiging en dienstverlening door het hanteren van discriminerende, niet-objectief gerechtvaardigde of ondoorzichtige eisen. Dit uitgangspunt verdient volgens het ontwerpadvies ondersteuning. Volgens de SER is een verduidelijking nodig over de ruimte die resteert na de vrijmaking van het dienstenverkeer voor het stellen van medisch-ethische eisen. Het is inmiddels ook zeer waarschijnlijk geworden dat in de loop van het besluitvormingsproces in Brussel de gezondheidszorg wordt uit-gesloten van de Dienstenrichtlijn. In dat geval zou volgens de SER een aparte sectorale regeling voor de gezondheids-zorg de voorkeur verdienen in het bijzonder met betrekking tot de vrijheid van vestiging en de verduidelijking en versterking van de positie van zorgconsumenten.
Betere waarborgen land-van-oorsprong-beginsel
De betere waarborgen die het ontwerp-advies voor het functioneren van het land-van-oorsprong-beginsel noodzakelijk acht, zijn onder meer:
- Een tijdelijk veiligheidsventiel tot 2010 waarmee lidstaten gepaste maat-regelen kunnen nemen tegen dienstverrichters uit andere lidstaten wanneer er dwingende redenen van algemeen belang in het geding zijn. Deze dwingende redenen van algemeen belang moeten erkend zijn door het Hof.
- Meer verplichtingen voor de lidstaten ten aanzien van de informatie-verschaffing aan consumenten en de garantieregeling.
- Een meer precieze definitie van het vestigingsplaatscriterium om misbruik van het land-van-oorsprong-beginsel door postbusondernemingen te voorkomen.
- Een meer precieze afbakening van het land van oorsprongbeginsel ten aanzien van contracten en aansprakelijkheid.
Overige aspecten
Tenslotte gaat het SER-advies nader in op de relatie tussen het land-van-oorsprong-beginsel en het arbeidsrecht. De SER hanteert als uitgangspunt dat de Dienstenrichtlijn de geldende Europese regelgeving met betrekking tot het arbeidsrecht niet mag doorkruisen. Voorlopig zal er nog discussieerd worden over de Dienstenrichtlijn. Het is onduidelijk wat er precies met de gezondheidszorg zal gaan gebeuren. Wellicht komt er een algemene uit-zondering voor de gezondheidszorg, zoals aangekondigd door Eurocommissaris McGreevy en inmiddels ook door het Europees Parlement lijkt te worden aan-vaard (ontwerpverslag 8 april 2005). Ook is een gedeeltelijke uitzondering voor de gezondheidszorg op de Dienstenrichtlijn mogelijk en in het bijzonder voor het land-van-oorsprong-beginsel, hetgeen recentelijk door het Europese Health Policy Forum is geadviseerd en heeft HOPE, de belangenorganisatie van de Europese ziekenhuizen, hieraan een bijdrage geleverd.
Meer informatie
Het ontwerpadvies van de SER is te downloaden via www.ser.nl De NVZ heeft over de Dienstenrichtlijn meer gepubliceerd in NVZ Nieuws 13 uit 2005 en NVZ Nieuws 3, 33 en 43 uit 2004 en op http://www.nvz-ziekenhuizen.nlin de rubriek Nieuws op 3 maart 2005.
Voorstel Europese Commissie: Wijziging Richtlijn erkenning beroepskwalificaties
De Europese Raad acht het van groot belang dat nog in 2005 het voorstel van de Europese Commissie voor een Richtlijn over de erkenning van beroepskwalificaties en in 2006 een Europees kader voor kwalificaties wordt aangenomen.
Door de nieuwe richtlijn worden vijftien bestaande richtlijnen op het gebied van de erkenning van beroepskwalificaties tot één richtlijn samengevoegd. Het gaat daarbij om drie richtlijnen over het algemeen stelsel van beroepen en twaalf zogenaamde sectorrichtlijnen over artsen, algemeen ziekenverplegers, tandheelkundige beoefenaren, dierenartsen, verloskundigen, apothekers en architecten.
Doel richtlijn
Het voornaamste doel van de richtlijn is het creëren van een grotere flexibiliteit van de arbeidsmarkt, met name door het vereenvoudigen van het verrichten van diensten elders, e.e.a. in het kader van de strategie van Lissabon, die een meer dynamische en concurrerende Europese economie beoogt. Het is een grote stap vooruit dat beroepsbeoefenaren die op wettige wijze in een lidstaat zijn gevestigd op grond van hun beroepstitel van de lidstaat van oorsprong, rechtstreeks toegang hebben tot het desbetreffende beroep. Daartegenover staat dat de instanties van de lidstaten en de burgers verplicht worden meer informatie te verstrekken en uit te wisselen.
Vereenvoudiging regels
Een aantal erkenningregels zijn vereenvoudigd, zowel wat betreft hun formulering als de inhoud ervan. Het gaat daarbij onder meer om de regels over de niveaus waarop het algemeen stelsel van Europese beroepskwalificaties is gebaseerd. Het voorstel voorziet ook in de vaststelling van gemeenschappelijke platformen die tot doel hebben de automatische erkenning in het kader van het algemeen stelsel te bevorderen. Gemeenschappelijke regels die op de erkenningprocedure betrekking hebben moeten het beheer van het stelsel op nationaal niveau vergemakkelijken.
Verbetering administratie en voorlichting
Een verbetering van de administratieve samenwerking en informatie en hulp aan de burgers zullen volgens de Europese Commissie tot een beter beheer van het stelsel bijdragen. Verder zal er een comité worden opgericht om een aantal technische bepalingen van de richtlijn bij te werken. Bovendien gaat de Commissie als flankerende maatregel een deskundigengroep oprichten die haar zal bijstaan en die twee bestaande comités zal gaan vervangen. Er zullen overlegmethoden met de beroepsverenigingen op Europees niveau en de betrokken opleidingsinstituten worden geschapen. Door het beoogde stelsel van de nieuwe richtlijn zullen elf bestaande comités en groepen kunnen worden opgeheven.
Verkeerde-bed-zorg vereist toelating in 2006
Per 1 januari 2005 is de Regeling vergoeding tijdelijk ziekenhuisverblijf (verkeerde-bed-patiënten) officieel vervallen. Ter voorkoming van problemen is er een overgangsregeling vastgesteld waarbij de huidige verkeerde-bed-regeling tot uiterlijk 1 januari 2006 blijft bestaan. Ziekenhuizen zullen vanaf 1 januari 2006 voor de verlening van toekomstige verkeerde-bed-zorg moeten beschikken over een toelating voor de AWBZ-aanspraak verblijf en verpleging. Alleen dan kan een ziekenhuis de kosten van tijdelijk ziekenhuisverblijf vergoed krijgen via de reguliere AWBZ. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het CTG/ZAio gevraagd hiervoor beleidsregels op te stellen. Vanaf 2006 zullen voor de ‘verkeerde-bed-patiënten’ budget-afspraken gemaakt moeten worden met het zorgkantoor. Meer informatie hierover vindt u in de circulaire van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) die u kunt downloaden via www.nvz-ziekenhuizen.nl > NVZ Nieuws 18 > bijlage.
Consequenties overgangsregeling
De NVZ is in overleg met onder andere VWS en CVZ om de consequenties van de bovengenoemde beleidsregel in kaart te brengen waarbij is gesteld dat de pragmatiek voorop moet staan. Gestreefd wordt naar een aangepaste (verlichte) CvZ-toelatingsprocedure voor de verkeerde-bed-patienten. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is dat door middel van een een collectieve aanvraag de toelating automatisch aan ziekenhuizen wordt toegekend. Voor de zomer zal meer duidelijkheid bestaan over de consequenties van de overgangsregeling. Wilt u tussentijds zelf de toelating aan-vragen, dan kunt u het aanvraag-formulier voor een (wijziging van) toe-lating downloaden via www.cvz.nl -> vakinformatie -> toelating zorginstellingen -> procedure toelating.
In NVZ-nieuws 39 uit 2004 vindt u meer achtergrond informatie over de functies en aanspraken in de AWBZ.
Ledenagenda
Vooraankondiging: 22 juni 2005: Algemene Vergadering
Op woensdag 22 juni organiseert de NVZ een Algemene Vergadering. Meer informatie over deze bijeenkomst ontvangt u eind mei.
Wat, wanneer, waar?
Wat? Algemene Vergadering
Wanneer? Woensdag 22 juni 2005 10.00 uur (ontvangst vanaf 9.30 uur)
Waar? Jaarbeurs Utrecht, Hallencomplex, Julianazaal