Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / NVZ Nieuws / Archief / 2005 / April / Nummer 17 d.d. 27 april 2005

Nummer 17 d.d. 27 april 2005

In dit nummer van NVZ Nieuws: Doeltreffende en kostenbeperkende informatieverstrekking: NVZ komt met verantwoordingscontract, Verticale integratie zorgverzekeraar en ziekenhuis: Minister beantwoordt kamervragen, Zorgcontractering A-segment: visie NVZ, CIZ: vraag en antwoord over toegang tot de AWBZ en Invitational Conference op 15 juni, thema: Ziekenhuis rampenopvangplannen.

Inhoudsopgave:

Doeltreffende en kostenbeperkende informatieverstrekking: NVZ komt met verantwoordingscontract

Verticale integratie zorgverzekeraar en ziekenhuis: Minister beantwoordt kamervragen

Zorgcontractering A-segment: visie NVZ

CIZ: vraag en antwoord over toegang tot de AWBZ

15 juni: Invitational Conference Ziekenhuis rampenopvangplannen

Doeltreffende en kostenbeperkende informatieverstrekking: NVZ komt met verantwoordingscontract

NVZ-voorzitter Joan Leemhuis-Stout gaf het in haar nieuwjaarstoespraak al aan: de NVZ wil een halt toeroepen aan de ongebreidelde groei van gegevensvragen aan haar leden door derden. De afgelopen maanden heeft de NVZ dit voornemen handen en voeten gegeven. Deze zomer moet er een verantwoordingscontract liggen, waarin afspraken voor informatieverstrekking zijn opgenomen. Het verantwoordingscontract beoogt een doeltreffende en doelmatige informatieverstrekking:

  • Derden kunnen zelf beoordelen of de zaken bij de NVZ-leden op orde zijn.
  • De informatie geeft inzicht in wat NVZ-leden bieden.
  • Toezichthouders en andere wettelijke belanghebbenden worden van voldoende informatie voorzien om hun taak naar behoren te kunnen uitvoeren.

Het contract heeft ook tot doel zich te beperken tot deze informatieverstrekking. Behalve dat daarmee de enorme kosten voor ziekenhuizen worden ingeperkt, wordt daarmee ook recht gedaan aan de prestatie-indicatoren. Deze indicatoren, voortgekomen uit wetenschappelijk onderzoek, zijn juist gelanceerd om de transparantie te vergroten en de informatieverstrekking te bundelen. De kans is groot dat zij nu met het badwater worden weggespoeld. Voor het overige is het aan de individuele instelling om - bijvoorbeeld uit profileringoverwegingen - te bepalen wat verder wordt verstrekt of gepubliceerd.

Verticale integratie zorgverzekeraar en ziekenhuis: Minister beantwoordt kamervragen

Op 21 april heeft minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kamervragen van de kamerleden Heemskerk en Arib over verticale integratie tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis beantwoord. Aanleiding
was het door het Máxima Medisch Centrum in Eindhoven inhuren van een onderaannemer voor het uitvoeren van een deel van de orthopedische behandelingen. De onderaannemer, het Orthopedisch centrum, is grotendeels eigendom van het ziekenhuis. De verzekeraar, CZ Zorgverzekeringen (CZ), neemt met één van haar stichtingen waarin het ziekenfonds niet is ondergebracht, deel in het Orthopedisch centrum. De verzekeraar heeft geen overnamebedrag betaald aan het ziekenhuis, omdat het ziekenhuis niet is overgenomen door de verzekeraar. In zijn beantwoording is de minister dieper ingegaan op de motie Heemskerk c.s. waarin de kamerleden de regering oproepen om in de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) de markttoezichthouders wettelijke mogelijkheden te geven voor het vooraf toetsen van zorginstellingen in eigen beheer. Dit zou moeten op basis van het uitgangspunt ‘nee, tenzij’. De minister koos echter voor een ‘ja, mits’-benadering en liet in zijn beantwoording nog een aantal vragen onbeantwoord.

De relatie zorgverzekeraar– ziekenhuis

In theorie zijn er volgens de minister - afgezien van inkoopcontracten - drie soorten relaties tussen een zorgverzekeraar en een zorgaanbieder (waaronder het ziekenhuis of een deel daarvan) mogelijk:

  • De zorgverzekeraar heeft de zorgaanbieder - bijvoorbeeld door indienstneming van huisartsen of apothekers - in zijn eigen rechtspersoon ondergebracht. Juridisch verleent de zorgverzekeraar hier dus zelf de verzekerde zorg. In dat geval spreken we wel van een 'eigen instelling' van de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar financiert de instelling, stelt zich voor een instelling garant of neemt deel in het bestuur ervan.
  • De zorgverzekeraar belegt alleen met het oog op financieel voordeel in een instelling.

Ook onder de Zorgverzekeringswet mogen zorgverzekeraars straks eigen instellingen hebben. Het zelf verlenen van zorg is dan voor de zorgverzekeraars geen verboden nevenactiviteit maar een hoofdactiviteit. Het verlenen van zorg kan plaatsvinden door het sluiten van inkoopcontracten met zorgaanbieders, maar het is ook mogelijk dit door eigen instellingen te laten doen. Voor financiële of bestuurlijke deelname in afzonderlijke zorgaanbieders liggen de zaken volgens de minister ingewikkelder. Dat is wel als een risicodragende nevenactiviteit te beschouwen, die in principe verboden is. Een verzekeraar mag wel nevenactiviteiten verrichten als het verzekeren de hoofdactiviteit van de onderneming blijft. Dat sluit dus niet uit dat verzekeraars deelnemen in zorginstellingen.

Beperking concurrentie en keuzevrijheid?

Onder de nieuwe wetgeving nemen de mogelijkheden voor eigen instellingen toe. De motie Heemskerk wil volgens de minister voorkomen dat een zorgverzekeraar door een eigen instelling of bestuurlijke of financiële deelname daarin, het zorgaanbod in een bepaalde regio voor (verzekerden van) andere zorgverzekeraars onbereikbaar maakt. Gevolg hiervan kan zijn dat concurrentie tussen verzekeraars wordt beperkt. Een voorbeeld: het enige ziekenhuis in een regio wordt ‘overgenomen’ door de (regionaal) dominante verzekeraar, die vervolgens bepaalt dat zijn instellingen geen zorg mogen leveren aan ingeschrevenen van andere verzekeraars. Dit zou verzekerden dwingen om een verzekering bij de dominante verzekeraar af te sluiten. Verticale integratie mag hier volgens de minister niet toe leiden. Hij stelde daar tegenover dat de integratie van een zorgverzekeraar met een zorginstelling niet automatisch tot een beperking van de keuzevrijheid leidt. In het geval van het Máxima Medisch Centrum staat het Orthopedisch centrum ook open voor niet-CZ-verzekerden. Het ziekenhuis sluit namelijk contracten met verzekeraars en besteedt een deel van het werk vervolgens uit aan het Orthopedisch centrum. Het Orthopedisch centrum en CZ zijn dus niet betrokken bij de contractering tussen het ziekenhuis en de verzekeraars.

Gedrag van partijen is bepalend

Of een zorginstelling voor verzekerden van andere zorgverzekeraars onbereikbaar wordt, is afhankelijk van het gedrag van de betrokken partijen. Daarnaast zijn de omstandigheden van het geval van belang. Het maakt bijvoorbeeld uit of integratie plaatsvindt met het enige ziekenhuis in een bepaalde regio. Bovendien worden zorgverzekeraars steeds meer risicodragend en krijgen zij daarmee een direct belang bij het zo doelmatig mogelijk kunnen leveren van verzekerde zorg aan hun ingeschrevenen.

Doelmatigheid staat voorop

De minister stond niet afwijzend tegenover de opvatting van de zorgverzekeraars dat zorg soms doelmatiger geleverd kan worden geleverd door een eigen instelling of door een instelling waarin ze deelnemen, in plaats van door een instelling waarmee ze een inkoopcontract hebben. De minister vond dat een dergelijk ondernemersgedrag niet moet worden belemmerd. Daar komt volgens hem nog bij dat zorgverzekeraars met de mogelijkheid tot het oprichten van eigen instellingen een extra instrument in handen krijgen om zorgaanbieders te bewegen tot het aanbieden van goede inkoopovereenkomsten.

De ‘ja, mits’-benadering

Met de ‘ja mits’-benadering heeft de minister de voorkeur gegeven aan een verticale integratie waarin er geen ruimte is voor misbruik of oneigenlijk gebruik.
In aanvulling op het bestaande mededingingstoezicht biedt het WMG straks voldoende mogelijkheden om de uitwassen van verticale integratie tegen te gaan.

Tot slot

Met de beantwoording van de kamervragen heeft minister Hoogervorst een belangrijke tip van de sluier van de nieuwe WMG opgelicht. Bovendien geeft hij hiermee te kennen dat hij geen principiële tegenstander is van verticale integratie in de vorm van het exploiteren van eigen instellingen door zorgverzekeraars. Voor financiële en bestuurlijke deelname liggen de zaken iets genuanceerder, maar ook hier ziet de minister meer mogelijk­heden voor zorgverzekeraars in het verschiet. Niet alle mogelijke varianten en problemen zijn aan de orde geweest. Minister Hoogervorst denkt dat zij allemaal door de toekomstige WMG, het instrumentarium van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de huidige Mededingingswet en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) kunnen worden aangepakt en opgelost. Dat is echter de vraag. Misschien moet ook worden gekeken naar andere verticale integratiemogelijkheden tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Het ziekenhuis of meerdere ziekenhuizen kunnen bijvoorbeeld zelf initiatiefnemers zijn bij de oprichting van eigen zorgverzekeraars. Wellicht ontstaat er een situatie waarbij op ruimere schaal de oprichting van zogenaamde Health Maintenance Organizations (HMO’s) in het verschiet ligt. Onbekend is wat daarvan de effecten voor de keuzevrijheid van verzekerden en patiënten zullen zijn. Vraag is wat dit uiteindelijk gaat betekenen voor de totale kosten van de gezondheidszorg in Nederland: toenemende markgerichtheid verdraagt zich in sommige opzichten maar moeilijk met het hanteren van een macrobudget voor de gezondheidszorg als geheel. Kortom, nog vragen en onduidelijkheden genoeg die zeker bij de komende parlementaire behandeling van de WMG aan de orde zullen komen.

Contractpartijen

De NVZ wil met de volgende partijen een verantwoordingscontract te gaan sluiten: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Orde van Medisch Specialisten, de Nederlandse Federatie van Universitair Medisch centra, Zorgverzekeraars Nederland, de Consumentenbond en de Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie.

Zorgcontractering A-segment: visie NVZ

Enige tijd geleden heeft de NVZ van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) een exemplaar ontvangen van de circulaire met het voorbeeldcontract segment A. Het gaat hier, net als bij de ZN-handreiking voor contractering van het B-segment (zie ook NVZ Nieuws nr. 47, 2004), om een vrijblijvende handreiking.

Vrijblijvende opmerkingen

NVZ en ZN hebben niet overlegd over de inhoud van het meegestuurde voorbeeldcontract segment A. De NVZ heeft wel haar (vrijblijvende) opmerkingen over dit contract op papier gezet. Deze kunt u, samen met het voorbeeldcontract, downloaden via de NVZ-website: www.nvz-ziekenhuizen.nl >> NVZ Nieuws nr. 17 >> bijlagen voorbeeldcontract ZN en opmerkingen NVZ.

CIZ: vraag en antwoord over toegang tot de AWBZ

De toegang tot de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) wordt beter georganiseerd. Daarvoor heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), ontstaan door het samengaan van de Regionale Indicatie Organen, twee sporen uitgezet. Het werk-proces van de indicatiestelling wordt geüniformeerd en gestandaardiseerd.
Vanaf 1 mei 2005 kunnen zorgaanbieders en zorgaanmelders die willen mandateren met het CIZ een overeenkomst sluiten om gebruik te maken van de Standaard Indicatie Protocollen (SIP’s). Over het werken met SIP’s in combinatie met indicatiestelling blijkt in de praktijk nog onduidelijkheid te bestaan. De NVZ heeft daarom het CIZ een aantal vragen voorgelegd.

Wie mag een indicatie aanvragen?

Patiënten en hun familie kunnen nog steeds een indicatieaanvraag doen. Dat kan rechtstreeks, maar ook via een SIP. Zorgaanbieder en zorgaanmelder kunnen een overeenkomst met het CIZ sluiten en een medewerker, bijvoorbeeld een transferverpleegkundige, aanwijzen die een SIP afneemt bij de cliënt en indient bij het CIZ. Een patiënt krijgt zo via de transferverpleegkundige snel een indicatie. Bij een gewone aanvraag kan de verpleegkundige dezelfde rol blijven spelen als hij nu doet. De SIP is dus 'in aanvulling op' en niet 'in plaats van'.

Worden alle aanvragen direct en tegelijkertijd in behandeling genomen?

Alle aanvragen worden in behandeling genomen. Of het nu gewone aanvragen zijn of SIP's via een gecontracteerde aanbieder/ aanmelder, dat maakt niet uit. Het CIZ zal de afhandeling van gewone aanvragen beslist niet vertragen. Integendeel: het CIZ kan ook deze zorgvragen via de interne SIP-procedure afhandelen. Het maakt wat de snelheid van afhandelen betreft dus niet uit of de SIP langs externe weg of als gewone aanvraag binnenkomt. Beide indicaties kunnen in principe nog dezelfde dag gesteld worden.

Wordt maatwerk vervangen door standaardwerk?

'Standaardwerk' wordt alleen geleverd in situaties waarin een standaardaanpak mogelijk is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan oogdruppelen. De indicatie daarvoor is in vergelijkbare situaties steeds dezelfde.
Deze lenen zich vaak heel goed voor een SIP omdat met slechts een paar vragen duidelijk wordt welke zorg nodig is. Blijkt halverwege de procedure dat de zorgsituatie van de cliënt niet binnen de SIP past, dan wordt overgeschakeld op de gewone afhandeling.

Hoe vindt de informatieverstrekking aan de ziekenhuizen plaats?

Alle zestien CIZ-regio’s zijn actief in het inlichten van ‘hun’ zorgaanbieders en zorgaanmelders. Vaak worden managers en uitvoerenden apart geïnformeerd. Managers krijgen dan info over doel en algemene werkwijze. Uitvoerenden krijgen meer een 'werkinstructie'. Geen enkele zorgaanbieder/-aanmelder is verplicht een overeenkomst te sluiten. Het is geheel op vrijwillige basis. Het CIZ vergoedt de tijd die contractanten besteden aan het uitvoeren van de SIP’s dan ook niet. Het tekenen van het contract op korte termijn betekent dat men ook op 1 mei de SIP's kan uitvoeren. Als men later een overeenkomst sluit (en dat kan ook heel goed) dan kan men ook pas dan de SIP's uitvoeren. Het handboek SIP kunt u downloaden via www.ciz.nl >> documentatie.

15 juni: Invitational Conference Ziekenhuis rampenopvangplannen

  • Op woensdag 15 juni 2005 organiseert de NVZ samen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een Invitational Conference over Ziekenhuis rampenopvangplannen (Zirop) en het oefenen daarmee. Doel van deze middag is om een eerste aanzet te maken voor een referentiekader Zirop en een standaard oefenplan. Onderwerpen van gesprek zijn: Ontwikkelen landelijk referentiekader voor Zirop.
  • Benodigde competenties voor de toepassing van een Zirop en het oefenen daarmee.
  • Oefening van en borging van de kennis rondom een Zirop.
  • Voorwaarden waaronder (meer en beter) kan worden geoefend.

Wat, waar, wie?


Wat?    Invitational conference Ziekenhuis rampenopvangplannen, van 13.00 tot 17.00 uur
Waar?  Omgeving Den Haag (op dit moment nog onbekend)
Wie?    Directies/raden van bestuur en/of crisismanagers

Meer informatie en aanmelden

Hebt u belangstelling om over dit onderwerp mee te praten? U kunt u per e-mail opgeven bij Ivanka van der Veeken-Vlassak, cluster Zorg: i.vander.veeken@nvz-ziekenhuizen.nl Vermeld in uw e-mail alstublieft uw naam, functie en instelling.

Het aantal plaatsen is beperkt. Daarom behoudt de NVZ zich het recht voor om bij teveel aanmeldingen een selectie te maken.

Mijn NVZ





Uitgelicht


Zoeken
Uitgebreid zoeken