Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / NVZ Nieuws / Archief / 2005 / April / Nummer 16 d.d. 20 april 2005

Nummer 16 d.d. 20 april 2005

In dit nummer van NVZ Nieuws: Dreigend financieringstekort ziekenhuizen: NVZ maakt afspraken over bevoorschotting, Machtigingenprocedure en DBC-systematiek: de afspraken voor 2005, DBC-werkconferentie 12 april constructief en succesvol, Opmerkelijke uitspraak in arrest Keller: Europees Hof staat vergoeding kosten behandeling buiten EU toe, Nieuwe zorgbrede Governancecode, Prestatiecontract: geringe mutaties door herberekening differentiatie-indicator, Veiligheidsregio’s in Nederland

Inhoudsopgave

Dreigend financieringstekort ziekenhuizen: NVZ maakt afspraken over bevoorschotting

Machtigingenprocedure en DBC-systematiek: de afspraken voor 2005

DBC-werkconferentie 12 april constructief en succesvol

Opmerkelijke uitspraak in arrest Keller: Europees Hof staat vergoeding kosten behandeling buiten EU toe

Nieuwe zorgbrede Governancecode

Prestatiecontract: geringe mutaties door herberekening differentiatie-indicator

Veiligheidsregio’s in Nederland

Dreigend financieringstekort ziekenhuizen: NVZ maakt afspraken over bevoorschotting

Afgelopen week hebben de media veel aandacht besteed aan een mogelijk financieringstekort voor een derde van de ziekenhuizen, als gevolg van de invoering van de DBC financiering. Volgens een artikel in het Algemeen Dagblad komt de uitbetaling van salarissen in mei in gevaar. Deze berichtgeving is mede ontstaan doordat er op 12 april een bestuurlijk overleg tussen de branches en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft plaatsgevonden over de stand van zaken invoering Diagnose Behandeling Combinaties en het verloop van de bevoorschottingsafspraken.

Declaratie laat op gang

Op 1 januari 2005 is een nieuw financieringssysteem in de ziekenhuizen ingevoerd. Alle verrichtingen worden op een andere manier geregistreerd. Deze maand versturen de ziekenhuizen voor het eerst rekeningen naar de zorgverzekeraar op basis van deze nieuwe registratie. Om ervoor te zorgen dat de declaraties kloppen ten opzichte van de daadwerkelijk geleverde zorg, hebben alle ziekenhuizen software geïnstalleerd die de code op de rekening vergelijkt met de uitgevoerde verrichtingen (validatiesoftware). De software is aan een aantal ziekenhuizen laat geleverd. Daarnaast moeten ziekenhuizen en medisch specialisten nog leren werken met dit systeem. Door landelijke vertraging in de oplevering en implementatie van de systematiek hebben veel ziekenhuizen vertraging met het declareren van een volledige omzet. Er kan geen verwijt worden gemaakt naar één partij en kan worden geconstateerd dat de invoering van een dergelijk complex systeem altijd onvoorziene vertragingen en problemen met zich meebrengt die in het einde van de keten bij de ziekenhuizen zichtbaar en voelbaar worden.

Bevoorschotting

Voor dit tijdelijke probleem is een in de gezondheidszorg gebruikelijke, eenvoudige oplossing: bevoorschotting. Het ziekenhuis maakt een afspraak voor een voorschot met de grootste regionale zorgverzekeraar om deze periode te overbruggen. VWS, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Orde van Medisch Specialisten, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de NVZ hebben vorige week afgesproken om deze oplossing met klem onder de aandacht van hun leden te brengen met een gemeenschappelijke brief. De NVZ maakt zich zorgen over de liquiditeitspositie van de ziekenhuizen.

Onderhandeling over bevoorschotting met verzekeraars

In de contacten tussen ziekenhuizen en verzekeraars over bevoorschotting, stellen verzekeraars verschillende voorwaarden. De NVZ heeft met de brancheorganisatie voor verzekeraars (Zorgverzekeraars Nederland) onderhandeld. De verzekeraars worden verzocht om zo snel mogelijk over te gaan tot bevoorschotting als daartoe de noodzaak is. Hiertegenover staat dat de ziekenhuizen verzocht worden om mee te werken aan een lichte monitoring van de invoering van de kaderregeling administratieve organisatie en interne controle (AO/IC). Deze monitor zal worden gedaan door de ‘veegploeg’ en wordt betaald door VWS en wordt ook wel de ‘eenmeting’ genoemd. Deze monitor kan worden beschouwd als een vervolg op de eerder verrichte nulmeting AO/IC. Tevens wordt een landelijk format ontwikkeld waarmee ziekenhuizen op een uniforme manier aan alle verzekeraars de positie van het onderhanden werk inzichtelijk kunnen maken. De projectleiders DBC en HEAD worden via de NVZ op de hoogte gehouden.

Machtigingenprocedure en DBC-systematiek: de afspraken voor 2005

In NVZ-nieuws nummer 4 bent u geïnformeerd over de voortgang van de machtigingenprocedure. Hierin is vermeld dat de verkeerde-bedregeling in 2005 nog gewoon van toepassing blijft en dat de 21-dagenregeling met ingang van 1 januari is komen te vervallen. Voorts is melding gemaakt van de oranje en rode DBC’s  en de aanspraak op vergoeding daarvan. Vooruitlopend op de definitieve besluitvorming is gesteld dat de bestaande machtigingsprocedure van kracht blijft.

Machtigingen en controles

De NVZ is van mening dat het verstrekken van machtigingen en controles door zorg-verzekeraars zoveel mogelijk terug-gedrongen moet worden.Tegelijkertijd is het vanzelfsprekend dat zorgverzekeraars er van verzekerd moeten zijn dat de aanspraak op geleverde zorg formeel juist, rechtmatig en doelmatig is. Ziekenhuizen dienen hierover verantwoording af te leggen. Een van de tussen NVZ en zorg-verzekeraars afgesproken maatregelen daartoe is het verstrekken van machtigingen.

Gezamenlijk streven NVZ – NFU

De NVZ staat op het standpunt dat de machtigingenprocedure ingebed dient te worden in de kaderregeling administratieve organisatie en interne controle (AO/IC). Ook vindt de NVZ dat de materiële controles zoveel mogelijk in bestaande controles moeten worden opgenomen. Genoemde standpunten vormen een gezamenlijk streven van de NVZ en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) voor 2006 en verder. Ook zorgverzekeraars willen de administratieve lasten zoveel mogelijk terugdringen en zijn voorstander van inbedding van de machtigingenprocedure in de bestaande kaderregeling AO/IC. De uitwerking hiervan zal in de loop van 2005 in de ketencontrole gestalte moeten gaan krijgen. Het jaar 2005 wordt als een overgangsjaar gezien. Dit houdt in dat de bestaande regelingen zoveel mogelijk onveranderd blijven.

Cosmetische ingrepen

Voor cosmetische ingrepen die nog een machtiging vereisen, wordt een limitatieve lijst opgesteld. Deze lijst wordt binnenkort door de zorgverzekeraars verstrekt. Ziekenhuizen wordt wel dringend gevraagd deze machtiging te voorzien van de juiste DBC-code. De bijlagen aanvragen machtiging en het formulier aanvraag machtiging kunt u downloaden via de NVZ-website www.nvz-ziekenhuizen.nl >> NVZ Nieuws 16 >> bijlagen.

WBMV DBC’s

Wet bijzondere medische voorzieningen (WBMV) DBC’s leveren geen problemen op. De controle hierop kan door zorg-verzekeraars zelf worden uitgevoerd aan de hand van een door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) opgestelde lijst van uitvoeringsgerechtigde organen. De NVZ adviseert om de niet verzekerde zorg, de zogenaamde rode DBC’s, rechtstreeks bij de patiënt in rekening te brengen, tenzij dit lokaal met zorgverzekeraars anders overeengekomen kan worden.Het bestaande formulier melding verkeerde bed en de melding verkeerde-bedprocedure zijn te downloaden via de NVZ-website http://www.nvz-ziekenhuizen.nl>> NVZ Nieuws 16>> bijlagen.

DBC-werkconferentie 12 april: Constructief en succesvol

Op dinsdag 12 april heeft een werk-conferentie plaatsgevonden over de  toekomst van bekostiging op basis van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s). De werkconferentie is georganiseerd op nadrukkelijk verzoek van de NVZ vereniging van ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten. Zoals in NVZ-nieuws 5 is gemeld is het CTG-Zaio gevraagd een uitvoeringstoets te doen naar de toekomstige bekostiging van het A-segment. De werkconferentie heeft de betrokken branches de gelegenheid gegeven om haar standpunten ten aanzien van een eindmodel met een bijpassend invoeringstraject kenbaar te maken. De eensgezindheid tussen de branches was opvallend. De conclusies zullen dienen als input voor een bestuurlijk overleg in mei met minister Hoogervorst. De NVZ kan terugkijken op een succesvolle bijeenkomst.

NVZ-ledenraadpleging 5 april

Begin april is tijdens een NVZ-leden-raadpleging de werkconferentie voorbereid in aanwezigheid van circa 50 leden. De leden waren eensgezind en ondersteunden de navolgende bestuurslijn:

  • Gegeven de situatie dat DBC’s worden ingevoerd moet een consistente invoering van de DBC’s worden bewerkstelligd. Dit betekent dat de markt zo snel mogelijk een kans moet krijgen. Daarnaast moet de introductie van DBC’s voor de bekostiging niet onnodig complex worden gemaakt door het tussenvoegen van alternatieve systemen. De NVZ gelooft daarmee niet in systemen die de markt simuleren of nabootsen, maar pleit voor een helder invoeringsmodel waarbij de segment B zo snel mogelijk wordt uitgebreid.
  • In principe lenen alle zorgvormen zich voor vrije onderhandelingen over prijs, volume en kwaliteit (B-segment). Uitzondering hierop geldt voor de acute zorg en een aantal nog nader te definiëren complexe zorgvormen.  Deze zorgvormen blijven uiteindelijk ‘achter’ in het A-segment. Hoe de sturing en bekostiging er voor deze zorgvormen uit zal moeten zien verdient op korte termijn verdere uitwerking.
  • Het B-segment zal snel moeten worden uitgebreid (2007/2008). Hiervoor dient de DBC-systematiek echter nog wel verbeterd te worden. Gedurende 2005 en 2006 zal het systeem dan ook nog verder door-ontwikkeld moeten worden.
  • Het B-segment wordt in 2006 op kleine schaal verruimd door toevoeging van de derde compartimentzorg (bijvoorbeeld sterilisaties en correctie flaporen);
  • Maatstafconcurrentie wordt als instrument voor het invoeringstraject afgewezen. De rol van de verzekeraar is ten aanzien van de prijsstelling uitgeschakeld en de doelmatige en innovatieve zorgverlening wordt er minder mee gestimuleerd. Meer informatie over maatstafconcurrentie vindt u op de NVZ-website http://www.nvz-ziekenhuizen.nl>> kernthema’s >> besturing & bekostiging >> DBC’s – documenten.
  • De rol van de verzekeraar is met de introductie van de nieuwe zorg-verzekeringswet een stuk duidelijker. Dit biedt betere mogelijkheden om de rol als zorginkoper waar te maken. Ook ontstaan er betere mogelijkheden om de macrokosten te beheersen. De verzekeraar moet efficiënt zorg inkopen, de minister kan het collectief verzekerde pakket beperken, eigen bijdragen introduceren of de nominale premie aanpassen.

Conclusies werkconferentie

Hoewel de conferentie opiniërend van aard was, bleek er bij partijen een relatief grote consensus te bestaan ten aanzien van de bovenstaande punten. Alle partijen willen zoveel mogelijk van de electieve zorg in het B-segment onderbrengen. Alle partijen willen dit ook binnen afzienbare tijd bewerkstelligen, terwijl tussen 2005 en 2006 het systeem verbeterd dient te worden. Tenslotte hebben alle partijen aangegeven dat het invoeringstraject niet onnodig complex gemaakt dient te worden en dat daarmee maatstafconcurrentie niet geschikt is als tussensysteem. Nuances werden aangebracht bij de wijze van uitbreiding van het B-segment: in twee stappen tussen 2007 en 2008 of in één keer in 2008 (zoals Zorgverzekeraars Nederland wil). Ook meenden sommige partijen dat maatstaf-concurrentie wellicht overwogen zou kunnen worden als bekostigingsmodel voor de zorgvormen die achterblijven in het A-segment (acute zorg en enkele vormen van complexe zorg).

Bestuurllijk overleg tussen partijen en VWS

De resultaten van de werkconferentie worden komende weken nader uitgewerkt. Voor zover mogelijk ontstaat er een gezamenlijk gedragen invoeringsmodel dat in  het bestuurlijk overleg van mei bij de minister wordt vastgesteld. U wordt hierover zo spoedig mogelijk geïnformeerd via NVZ Nieuws.

Europees Hof staat vergoeding kosten behandeling buiten EU toe

In een arrest van 12 april 2005 heeft het Hof van Justitie in Luxemburg in de zaak Keller (C-145/03) bepaald dat de ziektekosten van iemand die om een spoedeisende medische reden in een ander land moet worden opgenomen, moeten worden vergoed. Na het Keller-arrest hebben verzekerden niet alleen financiële toegang tot zorg bínnen de Europese Unie, maar ook daarbuiten. Deze opmerkelijke uitspraak van het Europese Hof betekent dat ziekenfondsen in het woonland ook gaan betalen voor de kosten van behandeling in een land buiten de EU. Behalve tot een verruiming van het vrije patiëntenverkeer kan de uitspraak aanzienlijke financiële consequenties hebben voor EU-lidstaten, waaronder Nederland. Dat is zeker het geval wanneer de hulp wordt verstrekt door dure klinieken of ziekenhuizen in bijvoorbeeld Zwitserland.

De feiten

Annette Keller, die de Duitse nationaliteit had en in Spanje woonde, had het Spaanse ziekenfonds (‘Insalud’) een formulier E111 gevraagd waarmee zij zich bij eventuele ziekte voor rekening van het ziekenfonds in het buitenland zou kunnen laten behandelen. Vervolgens vertrok ze voor een maand naar Duitsland. Tijdens haar verblijf daar werd een kwaadaardige tumor gediagnosticeerd, waaraan ze elk moment zou kunnen overlijden. Zij vroeg haar verzekeraar om afgifte van een formulier E112 om daarmee voor een behandeling in Duitsland te kunnen blijven. De geldigheid van dat formulier werd enkele malen verlengd. Na een zorgvuldige en uitgebreide analyse van de behandelingsmogelijkheden besloten de Duitse artsen om Keller over te brengen naar de universiteitskliniek van Zürich in Zwitserland. Dit was de enige kliniek waar de operatie die Keller moest ondergaan met een reële kans van slagen kon worden uitgevoerd. Keller betaalde zelf de kosten van de behandeling in Zürich. De totale kosten van behandeling bedroegen 87.000 Zwitserse francs en zijn door Keller volledig betaald. Zij vroeg vervolgens om terugbetaling daarvan bij haar Spaanse verzekeraar. Haar verzoek werd echter afgewezen. Zij had zich eerst in Spanje moeten laten onderzoeken voordat ze naar Zwitserland ging.Vervolgens legde zij de zaak voor aan de rechter. Ruim tien jaar later, en nadat Keller inmiddels is overleden, verwerpt het Europese Hof het verweer van het Spaanse ziekenfonds.

Het arrest van het Hof

Het Hof wijst er allereerst op dat een van de doelstellingen van de huidige Europese wetgeving is om het vrije verkeer te bevorderen van verzekerden die een medische behandeling nodig hebben tijdens een verblijf in een andere lidstaat, of die toestemming hebben om in een andere lidstaat een behandeling te ondergaan. e bedoeling van de formulieren E111 en E112 is het orgaan van het land van verblijf en de artsen daar te garanderen dat de patiënt het recht heeft om in die lidstaat een behandeling te ondergaan waarvan de kosten worden gedragen door de lidstaat waar de patiënt verzekerd is. Volgens het Hof zijn de artsen in het land waar de patiënt op dat moment verblijft het beste in staat om te beoordelen welke behandeling de patiënt nodig heeft. Bovendien moet de verzekeraar in het land waar de patiënt verzekerd is vertrouwen op de verzekeraar van het land van verblijf en de daar werkzame (erkende) artsen. Volgens het Hof behoren zij gelijkwaardige waarborgen te bieden als artsen die op het nationale grondgebied zijn gevestigd. De Spaanse verzekeraar (verzekeraar van het woonland van verzekerde) is dan ook gebonden aan de beoordeling van de artsen van het land van verblijf die de noodzaak hebben geconstateerd tot het bieden van spoedhulp, om zo te trachten het leven van de patiënt te redden. Het is aan het oordeel van die artsen om de patiënt naar een ander land over te brengen om hem een urgente behandeling te geven die de artsen van de verblijfstaat hem (op dat moment) niet kunnen bieden. Daarbij is het volgens het Hof niet van belang of het land waar de patiënt naartoe wordt overgebracht al dan niet lid is van de Europese Unie. e (Spaanse) verzekeraar kan niet eisen dat de betrokkene naar de woonstaat (in dit geval Spanje) terugkeert voor medische controle, en hem evenmin laten controleren in de verblijfstaat. Ook de diagnosestelling en verdere bevindingen en beslissingen van de artsen in het land van verblijf zijn niet aan zijn goedkeuring onderworpen. Volgens het Hof moet de behandeling worden vergoed door het orgaan van de verblijfstaat volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke bepalingen, waarbij het orgaan van de lidstaat van verzekering deze kosten vervolgens aan het orgaan van de verblijfstaat moet terugbetalen. Aangezien in deze zaak vaststaat dat Keller recht had op vergoeding, en de behandeling behoort tot die waarin de Spaanse socialezekerheidswetgeving voorziet, oordeelde het Hof dat het Spaanse socialezekerheidsorgaan de kosten van de behandeling rechtstreeks aan de erfgenamen van Keller moet vergoeden.

Europese Hof verlegt opnieuw grenzen

Het Keller-arrest is de zoveelste loot aan de toch al rijke stam van arresten van het Europese Hof van Justitie over de rechten van verzekerden op (vergoeding van) een medische behandeling in het buitenland. In dit belangwekkende arrest verlegt het Hof de grenzen opnieuw zowel letterlijk als figuurlijk. Immers volgens het arrest heeft een sociaal verzekerde patiënt niet alleen recht op vergoeding van de kosten van behandeling in een andere lidstaat van de Europese Unie, maar kan hij onder omstandigheden ook voor vergoeding van behandelkosten in een land buiten de grenzen van de EU in aanmerking komen. Het Hof hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de artsen én de verzekeraar in de lidstaat van verblijf. Wanneer die oordelen dat het voor de patiënt medisch noodzakelijk is om een behandeling in een kliniek (eventueel ook buiten de grenzen van de EU) te ondergaan, dan moeten die kosten ook worden vergoed. Wel moet het daarbij steeds gaan om een behandeling waarin het stelsel van het land van verzekering voorziet.

Een kanttekening die nog bij dit arrest kan worden gemaakt, is dat door dit arrest in feite de noodzaak tot kostenbeheersing onderschikt is gemaakt aan het belang van de verzekerde om een voor hem aangewezen behandeling te ondergaan, ook al zijn die kosten aanmerkelijk hoger dan de prijs die daarvoor in het land van verzekering moet worden betaald.

Nieuwe zorgbrede Governancecode

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in het najaar van 2004 een brief gestuurd aan zes grote brancheverenigingen in de zorg (NVZ vereniging van ziekenhuizen, Arcares, Landelijke Vereniging voor Thuiszorg, Vereniging Gehandicapten Nederland, GGZ-Nederland en Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra) met het verzoek aan partijen om gezamenlijk een zorgbrede Governancecode op te stellen. Vorig jaar heeft de minister de Tweede Kamer toegezegd de totstandkoming van een dergelijke zorgbrede Governancecode te zullen bevorderen. Het verzoek van de minister is besproken binnen de Brancheorganisaties in de Zorg (BOZ), wat heeft geleid tot de instelling van een werkgroep van juristen uit deze verenigingen om voorbereidend werk te verrichten.

De wens voor een zorgbrede Governancecode is eind 2003 ook geuit door een aantal van onze eigen NVZ-leden. Uit een consultatieronde bij onze leden, die vooraf ging aan de totstandkoming van de NVZ-Governancecode, bleek dat de leden nauw gelieerd zijn aan verpleeghuizen en/of thuiszorgorganisaties. Hierdoor vond men het wenselijk tot een Governancecode te komen die ook de aanpalende sectoren van ziekenhuizen zou bestrijken. De positieve reacties van de hierboven genoemde brancheverenigingen op het verzoek van de minister maakt de uitvoering van deze wens van onze leden nu mogelijk. Op dit moment wordt door de werkgroep van juristen gewerkt aan een voorstel voor een dergelijke zorgbrede Governancecode. Een van de punten van aandacht van de NVZ is dat de inhoud van de nieuwe zorgbrede Governancecode zoveel mogelijk aansluit bij onze huidige NVZ-Governancecode. Het is de bedoeling dat de nieuwe code de huidige NVZ-Governancecode gaat vervangen. Zodra de besturen van de betrokken brancheverengingen akkoord zijn met een concepttekst voor de zorgbrede Governancecode, worden de leden van de NVZ over de inhoud van het voorstel geraadpleegd. De NVZ hoopt dat een dergelijke raadpleging binnen enkele maanden kan plaatsvinden.

Prestatiecontract: geringe mutaties door herberekening differentiatie-indicator 

In diverse nummers van NVZ Nieuws bent u geïnformeerd over de berekening van de differentiatie-indicator (d.i.). Onlangs is duidelijk geworden dat in de berekeningen van de d.i. van de algemene ziekenhuizen een kleine fout is geslopen: in de verhouding tussen feitelijke en verwachte ligdagen - de grondslag van de d.i. – zijn ook de ligdagen van de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ) meegenomen. De PAAZ maakt echter al sinds enige jaren geen deel meer uit van het ziekenhuiskader, maar valt onder de AWBZ-kaders. Daarom is het niet logisch de d.i. mede te baseren op de ligdagen van de PAAZ.

Gevolgen herberekening differentiatie-indicator

De herberekening van de d.i.’s leidt tot geringe wijzigingen, waarbij de meeste mutaties kleiner zijn dan 0,02% van de kortingsgrondslag (budget minus kapitaallasten en loonkosten medisch specialisten en agio’s). De grootste afwijking is 0,04%. Nadeel hierbij is dat de nieuwe d.i.’s niet via de Prismant-kubussen of via de in NVZ Nieuws nummer 8 aangeboden spreadsheet, geverifieerd kunnen worden door de individuele ziekenhuizen. De reden daarvan is dat de PAAZ-ligdagen niet uit het totale aantal ligdagen kunnen worden gefilterd.

Instemming met aanpassing d.i.-berekening

Gelet op de hierboven aangeduide logica (PAAZ-en niet in ziekenhuiskader en dus ook niet in kortingsformule) hebben het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Zorgverzekeraars Nederland ingestemd met het NVZ-voorstel de d.i.-berekening aan te passen.

Verwacht: besluit CTG/ZAio over generieke korting en d.i.

Het bestuur van het College Tarieven Gezondheidszorg/Zorgautoriteit in oprichting (CTG/ZAio) besluit nog in april over de generieke korting en de d.i., daartoe onder andere ondersteund door een aanwijzing van de minister van VWS. In mei of juni, afhankelijk van de indiening van de productie-afspraken, wordt het financiële resultaat door het CTG/ZAio verwerkt in de rekenstaten.

Veiligheidsregio’s in Nederland

In de Amsterdamse ArenA vond op 6 april  onder de naam Bonfire een realistische rampenoefening plaats. Hoewel deze oefening ruim van te voren was aan-gekondigd bleek de afstemming tussen de verschillende hulpverlenerdiensten niet vlekkeloos te verlopen. Een aantal zaken op het gebied van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, organisatie en financiering moet verbeterd worden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft daartoe onder andere veiligheidsregio’s opgezet. In het document Veiligheidsregio’s in Nederland: stand van zaken vindt u meer informatie  en is te downloaden via de NVZ-website: http://www.nvz-ziekenhuizen.nl>> NVZ Nieuws 16 >> bijlage.

Subsidie multidisciplinair oefenen

Om het multidisciplinair oefenen voor rampen en crisis te bevorderen stelt het Ministerie van BZK een incidentele subsidie beschikbaar. Onder bepaalde voorwaarden kunnen de verschillende decentrale overheden hierop aanspraak maken. Hiertoe moeten zij een aanvraag indienen voor een multidisciplinaire oefening of voor een initiatief om het multidisciplinair oefenen te verbeteren.

Als ziekenhuis kunt u dus niet direct aanspraak maken op deze subsidieregeling. U kunt wel uw gemeente wijzen op deze regeling wanneer u deelneemt aan zo’n multidisciplinaire oefening. Meer informatie vindt u in het document Voorwaarden subsidie multidisciplinair oefenen die u kunt downloaden via de NVZ-website: http://www.nvz-ziekenhuizen.nl>> NVZ Nieuws 16 >> bijlage.

Voor meer informatie over rampenbeheersing en de veiligheidsregio’s kunt u terecht op www.rampenbeheersing.nl

Mijn NVZ





Uitgelicht


Zoeken
Uitgebreid zoeken