Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / NVZ Nieuws / Archief / 2005 / April / Nummer 15 d.d. 13 april 2005

Nummer 15 d.d. 13 april 2005

In dit nummer van NVZ Nieuws: Merkwaardige uitspraak rechtbank: vergoeding dure geneesmiddelen afgewezen, NVZ blij met verwacht SER-advies aan overheid: Meer ruimte voor ondernemerschap publieke zaak, Verbod overname ziekenhuizen door private keten: Duitse case interessant vergelijkingsmateriaal voor Nederlandse mededinging, Insolventie dreigt voor Duitse ziekenhuizen: Duits onderzoek leerzaam voor Nederlandse situatie, Materiële kosten 2005: definitieve prijsindex 1,41% en 19 mei: Werkconferentie Opleidingsfonds

Inhoudsopgave

Merkwaardige uitspraak rechtbank: vergoeding dure geneesmiddelen afgewezen

NVZ blij met verwacht SER-advies aan overheid: Meer ruimte voor ondernemerschap publieke zaak

Verbod overname ziekenhuizen door private keten: Duitse case interessant vergelijkingsmateriaal voor Nederlandse mededinging

Insolventie dreigt voor Duitse ziekenhuizen: Duits onderzoek leerzaam voor Nederlandse situatie

Materiële kosten 2005: definitieve prijsindex 1,41%

19 mei: Werkconferentie Opleidingsfonds

 

Merkwaardige uitspraak rechtbank: vergoeding dure geneesmiddelen afgewezen

De rechtbank in Arnhem heeft de eisen van een ziekenfondsverzekerde en een medisch specialist tegen ziekenfonds VGZ voor het verstrekken van het dure geneesmiddel Remicade afgewezen. Belangrijkste grond is volgens de rechtbank dat de aanspraken van ziekenfondsverzekerden niet verder kunnen strekken dan de grenzen van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen. De NVZ vindt deze uitspraak merkwaardig, zeker in het licht van de huidige discussie rond dure geneesmiddelen. Een ziekenfondsverzekerde lijdt aan de ziekte van Crohn en is daarvoor in behandeling bij de medisch specialist
van een ziekenhuis. Andere therapieën slaan niet aan, daarom wordt de patiënte behandeld met Remicade. De kosten bedragen € 11.000,--. Remicade valt onder de beleidsregel Dure geneesmiddelen in ziekenhuizen: maximaal 75% van de kosten van deze geneesmiddelen mag door zorgverzekeraars worden gefinancierd, de resterende 25% moet uit het reguliere ziekenhuisbudget worden betaald.
In het kader van kostenbeheersing laat het ziekenhuis haar specialisten weten dat alleen behandelingen kunnen worden uitgevoerd, die door ziekenfondsen volledig worden vergoed. De medisch specialist vraagt de raad van bestuur toestemming om de behandeling bij zijn patiënte te mogen voortzetten. Het ziekenhuis laat weten dat de budgettaire grenzen met zich meebrengen dat het ziekenhuis niet alle zorg kan verlenen waarop patiënten een wettelijke aanspraak hebben: "Nu de situatie is dat Remicade niet volledig vergoed wordt en bovendien de grenzen van onze financiële mogelijkheden meer dan bereikt zijn (...) zien wij ons genoodzaakt u te berichten dat er gezocht moet worden naar alternatieve behandelingen van uw patiënten (...)". Patiënt en medisch specialist stappen naar de rechtbank om volledige vergoeding van de kosten van Remicade door verzekeraar VGZ via de rechter af te dwingen.

Het oordeel van de rechtbank

Volgens de rechtbank volgt uit de Ziekenfondswet dat de aanspraken van ziekenfondsverzekerden niet verder kunnen strekken dan de grenzen van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen. Op het ziekenfonds rust daarom niet de verplichting om het ziekenhuis de behandelingskosten van deze patiënte voor 100% te vergoeden. De rechtbank wijst deze eis af. Ook de eis dat het ziekenfonds onjuiste of onvolledige informatie over volledige vergoeding heeft verstrekt, wijst de rechtbank af. Wanneer een ziekenhuis de behandeling met een duur geneesmiddel als Remicade wil uitvoeren en dus volgens de geldende regels de resterende 25% uit eigen budget betaalt, betekent dat een volledige vergoeding van de behandelingskosten voor de ziekenfondsverzekerde. Dat er ziekenhuizen zijn die de behandeling vanwege het kostenaspect niet willen uitvoeren, doet daar volgens de rechtbank niets aan af. Overigens valt uit de informatie van VGZ volgens de rechtbank niet af te leiden dat een verzekerde altijd in het ziekenhuis van zijn keuze (in dit geval: een ziekenhuis dat de behandeling wil uitvoeren en de resterende 25% uit eigen budget betaald) kan worden behandeld. De uitspraak van de rechtbank is (uiteraard) beperkt tot de vorderingen van de eisers. Voor de goede orde: er is geen procedure gevoerd tegen (het beleid van) het zieken-huis. De rechtbank heeft dus ook geen oordeel gegeven over de vraag of de handelwijze van het ziekenhuis tegenover patiënt en/of medisch specialist wel rechtmatig is geweest.

Mening NVZ over uitspraak

De NVZ vindt deze uitspraak om meerdere redenen merkwaardig.

Uitspraak op gespannen voet met eerdere rechtspraak

Volgens de rechtbank volgt uit de Ziekenfondswet dat de aanspraken van ziekenfondsverzekerden niet verder kunnen strekken dan de grenzen van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen. Deze uitspraak staat op gespannen voet met de eerdere rechtspraak van het Hof in den Bosch in de zogenaamde dotterzaak. Het ziekenfonds moet volgens dit Hof toezien op nakoming van gesloten overeenkomsten door instellingen en beroepsbeoefenaren. Ook in latere rechtspraak is ondubbelzinnig komen vast te staan dat de verzekerde tegenover het ziekenfonds een afdwingbaar recht op de zorg heeft waarvoor hij wettelijk in aanmerking komt.

Patiënt heeft rechten op grond van behandelingsovereenkomst

De patiënt heeft op grond van de behandelingsovereenkomst rechten ten opzichte van de hulpverlener. Wanneer er eenmaal een behandelingsovereenkomst is gesloten, vloeien daar voor de hulpverlener verplichtingen uit voort. Die vinden geen begrenzing in de verzekeringsaanspraken of in contractuele beperkingen in de overeenkomst tussen ziekenfonds en hulpverlener. Van hulpverleners, dus ook een medisch specialist en een ziekenhuis, mag worden verwacht dat zij waar mogelijk proberen om een behandelwijze te kiezen die professioneel verantwoord is en de patiënt voorlichten over wat voor rekening van de zorgverzekeraar komt en wat niet. Vervolgens is het de keuze van de patiënt om de niet (volledig) verzekerde behandeling (gedeeltelijk) voor eigen rekening te nemen.

Van beleidsregels kan worden afgeweken

Van beleidsregels op grond van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) kan of moet onder bijzondere omstandigheden worden afgeweken. Reden daarvoor kan zijn, zoals hier bij de beleidsregel Dure geneesmiddelen in ziekenhuizen, dat de daarin opgenomen financiële grenzen de instelling niet in staat stellen te voldoen aan haar verplichtingen op grond van de kwaliteit van zorg.

Actueel: discussie rond dure geneesmiddelen

De uitspraak is ten slotte ook merkwaardig in het licht van het antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op Kamervragen van de CDA-fractie in de Eerste Kamer. De fractie vroeg of zorgplicht van zorgverzekeraars ook inhoudt dat die er op moeten toezien dat dure geneesmiddelen ook worden verstrekt. De minister antwoordde daarop dat de vraag of er een recht bestaat op behandeling met een bepaald geneesmiddel afhankelijk is van het antwoord op de vraag of er sprake is van gebruikelijke zorg die voldoet aan het (nieuwe) Besluit zorg-verzekering. Zo ja, dan kan de zorg-verzekeraar behandeling met dat middel niet weigeren. De feitelijke bekostiging staat daar volgens hem los van. Op dit moment wordt onderzoek verricht naar de dure geneesmiddelenproblematiek. Bij dit onderzoek zal de NVZ de uitspraak van de rechtbank en de mogelijke gevolgen ervan betrekken.

NVZ blij met verwacht SER-advies aan overheid: Meer ruimte voor ondernemerschap publieke zaak

Naar verwachting verklaart de Sociaal Economische Raad (SER) zich bij de presentatie van haar rapport op 18 april voorstander van meer ruimte voor ondernemerschap voor de publieke zaak in sectoren als zorg, onderwijs en sociale huisvesting. Dat is volgens de SER een effectief middel om de kwaliteit van de publieke dienst-verlening te verbeteren. Deze zienswijze past in de NVZ-visie. De SER adviseert de overheid om zich veel duidelijker dan tot nog toe te concentreren op het formuleren van heldere doel-stellingen en randvoorwaarden en zich minder rechtstreeks te bemoeien met de uitvoering. De sectoren zelf moeten klanten professioneel en op maat bedienen, de dialoog aangaan met betrokken burgers en hun organisaties en verantwoording afleggen aan de samenleving.

SER-advies past in NVZ-visie

De NVZ kan zich goed vinden in de grote lijn van het komende advies van de SER. Voor de branchevereniging is vooral de constatering van de SER belangrijk dat de stapeling van het verticaal toezicht een grote belemmering vormt voor de ontwikkeling van het ondernemerschap. Die stapeling moet daarom worden terug-gedrongen. Dit past in de visie van de NVZ die al eerder heeft gepleit voor twee toezichthouders in de zorg, de Nederlandse Mededingingsautorieit (NMa) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Ook pleit de NVZ voor het scheiden van toezicht, beleidsadvisering en (beleids)onderzoek.

Het verticale toezicht kan volgens de SER gerichter en selectiever worden toegepast naarmate de interne controle en de horizontale verantwoording beter functioneren. In dat kader zijn ook de opmerkingen over de structurele dialoog met de omgeving van belang. Organisaties dienen daar serieus werk van te maken. Daartoe moeten stakeholders kunnen beschikken over informatie over het functioneren en presteren van de organisatie. Daar werkt de NVZ via de ontwikkeling van het Jaardocument Cure op dit moment al hard aan.

Verbod overname ziekenhuizen door private keten: Duitse case interessant vergelijkingsmateriaal voor Nederlandse mededinging

Het Duitse Bundeskartellamt, vergelijkbaar met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), heeft de Rhön klinieken onlangs in een tweetal besluiten verboden om zieken-huizen te kopen. Dit is de eerste keer in haar geschiedenis dat de Duitse mededingingsautoriteit kort achter elkaar fusies tussen ziekenhuizen verbiedt. Een duidelijk verschil met de Nederlandse situatie is dat het hier gaat om een verbod op overname van ziekenhuizen in de regio door een private op winst gerichte ziekenhuisketen. Die situatie lijkt in Nederland (voorlopig?) nog ver weg maar is interessant met oog op de toekomst. De Rhön klinieken (Rhön-Klinikum) is een privaat (en op winst gericht) ziekenhuisconcern dat zich in het bijzonder toelegt op overname en sanering van voormalige openbare ziekenhuizen. Eind vorig jaar had Rhön-Klinikum 30 ziekenhuizen in bezit en bereikte het een omzet van ruim een miljard euro. Met meer dan twaalf andere ziekenhuizen heeft Rhön-Klinikum inmiddels een koopovereenkomst gesloten. Deze instellingen gaan in de loop van 2005 tot het concern behoren. Rhön-Klinikum streeft voor 2005 naar een omzet van ongeveer 1,4 miljard euro en een winst van ongeveer 80 miljoen euro. Daarin zijn de ziekenhuizen die Rhön-Klinikum recentelijk wilde kopen en waarvan deze transactie door het Bundeskartellamt werd verboden, niet meegerekend.

Eerste verbod

Rhön-Klinikum had haar oog laten vallen op het ziekenhuis in Bad Neustadt an der Saale en in Mellrichstadt. Deze twee instellingen, samen goed voor 270 bedden, huizen in de regio Rhön-Grabfeld. Het het eerste verbod wilde de Duitse mededingingsautoriteit een verdere versterking van de economische machtspositie van het concern in die regio tegengaan. Rhön-Klinikum is tegen dit besluit bij het Oberlandesgericht in Düsseldorf in beroep gegaan. Volgens een woordvoerder van het concern zijn de tarieven in Duitsland wettelijk vastgelegd en daardoor zouden de prijzen op grond van marktmacht dan ook niet kunnen worden misbruikt. Rhön-Klinikum gaat dan ook voorlopig gewoon door met de gekozen overname- en groeistrategie.

Tweede besluit

Eind maart heeft het Bundeskartellamt Rhön-Klinikum opnieuw verboden een ziekenhuis over te nemen. Dit keer ging het om het stadsziekenhuis van Eisenhütten-stadt met 300 bedden. Ook hier was het argument van de Duitse mededingings-autoriteit dat door de overname door Rhön-Klinikum een economische machtspositie in de regio Frankfurt a/d Oder zou ontstaan. Eisenhüttenstadt wil hier echter niet dat hoger beroep wordt ingesteld en legt zich neer bij het oordeel van de mededingings-autoriteit.

Recente zaken in Nederland

Ook in Nederland heeft de NMa al verschillende malen fusieplannen van ziekenhuizen beoordeeld. Bij de fusie van het Juliana Kinderziekenhuis/Rode Kruis Ziekenhuis - Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag kwam de NMa tot de conclusie dat de concentratie niet tot een economische machtspositie op de markten voor algemene ziekenhuiszorg zou leiden. Over de voorgenomen fusieplannen van de ziekenhuizen Gooi-Noord en Hilversum oordeelde de NMa anders, namelijk dat door het samengaan wel een economische machtspositie kan ontstaan. Beide ziekenhuizen hebben eind vorig jaar besloten om een vergunning aan te vragen. De NMa verricht nu een diepgaander onderzoek naar onder meer de concurrentiedruk die de Gooise ziekenhuizen ondervinden vanuit andere ziekenhuizen.

Verschil Nederlandse situatie

De besluiten van het Duitse Bundeskartel-lamt zijn interessant vergelijkingsmateriaal met de Nederlandse situatie. De introductie van marktwerking bij de Duitse ziekenhuizen op het gebied van bijvoorbeeld prijsconcurrentie gaat zeker nog niet zo ver als in de Nederlandse situatie (met prijsconcurrentie op Diagnose Behandeling Combinaties in het B-segment). Toch lijken het Bundelskartellamt en de NMa redelijk consistent ten aanzien van de toepassing van het concentratie- of fusieverbod. Immers, ook in Duitsland vreest de mededingingsautoriteit dat door de overname een economische machtspositie kan ontstaan. Een duidelijk verschil met de Nederlandse situatie is dat het Bundes-kartellamt een private op winst gerichte ziekenhuisketen verbiedt om ziekenhuizen in een regio over te nemen. Die situatie lijkt in Nederland (voorlopig?) nog ver weg. Als door de invoering van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) ook in Nederland straks op winst gerichte ziekenhuisconcerns worden toegelaten, dan lijken hier over-names van bestaande (noodlijdende) ziekenhuizen mogelijk. De NMa zal dan zeker, evenals het Bundeskartellamt, de gevolgen voor het ontstaan van een economische machtspositie in haar beoordeling betrekken.

Insolventie dreigt voor Duitse ziekenhuizen: Duits onderzoek leerzaam voor Nederlandse situatie

Ziekenhuizen in Duitsland dreigen hun financiële verplichtingen niet meer te kunnen nakomen. In het bijzonder geldt dit voor de ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen. Dat is het resultaat van een onderzoek verricht door het Duitse Instituut voor economisch onderzoek (RWI) en het Adviesbureau voor onder-nemingsvraagstukken (ADMED). Volgens het onderzoek zou meer dan 50% nu al in de rode cijfers zitten en tot 2010 zou ongeveer 10% van de 470 ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen van de markt zijn verdwenen.

Zwakke financiële basis

Eind 2004 is het resultaat van het onderzoek gepubliceerd. Het onderzoek is gebaseerd op de jaarcijfers en andere openbare ziekenhuisgegevens van 212 Duitse ziekenhuizen. Opvallend daarbij was dat de openbare ziekenhuizen duidelijk slechter scoren dan de privaat georganiseerde en gefinancierde ziekenhuizen. De kans op insolventie van de ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen ligt op het West-Duitse gemiddelde hoewel ze eigenlijk beter zouden moeten scoren vanwege het grotere aantal privaatgefinancierde instellingen. Hun financiële reserve is circa 1,2 miljard euro lager dan verwacht. De financiële reserves blijven dan ook ver beneden de maat. Dat komt door het feit dat de klinieken in Noordrijnland-Westfalen beneden verwachting door de overheid zijn ondersteund. De rentabiliteit van deze ziekenhuizen ligt daarentegen juist iets boven het gemiddelde in Duitsland. Op grond van deze uitkomsten mag worden aangenomen dat in Noordrijnland-Westfalen tot 2010 circa 10% van de ongeveer 470 ziekenhuizen van de markt zijn verdwenen. Daarmee onderscheidt Noordrijnland-Westfalen zich niet wezenlijk van de rest van Duitsland. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat tot 2008 de kans dat ziekenhuizen wegens insolventie niet aan financiële verplichtingen kunnen voldoen, zal toenemen van 1,7% tot 2,2%.

Met de rug tegen de muur

Tijdens de gemeenschappelijke persconferentie van de Kranken-hausgesellschaft Nordrhein-Westfalen (KGNW), RWI en ADMED maakte de voorzitter van de KGNW, dr. Johannes Kramer, de dramatische financiële situatie van veel ziekenhuizen duidelijk. Na meer dan tien jaar budgettering in Duitsland staan zij financieel met de rug tegen de muur. Ook door het terugtrekken van de hand van de overheid hebben de ziekenhuizen zich in toenemende mate in de schulden moeten steken. Meer dan 50% van de ziekenhuizen is in de rode cijfers terecht gekomen zo blijkt uit de ziekenhuisbarometer van het Duitse ziekenhuisinstituut. Dr. Kramer gaf aan dat als gevolg van de budgettering na een quasi nulronde in 2004 het ziekenhuisbudget met 0,02% in 2004 mocht stijgen en in 2005 met 0,38%. Tegelijkertijd stegen met name de personele en de materiële kosten. Ook de zwaardere financiële extra lasten als gevolg van de wetgeving maakte dat het beschikbare budget volstrekt ontoereikend was, wat tot gevolg had dat de financieringsmiddelen van de ziekenhuizen moesten worden aangesproken. De gezamenlijke kosten van 2,47% tegenover een budgettoename van 0,38% leidt tot een tekort van 250 miljoen euro voor de ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen. Enerzijds stijgen dus de kosten en ander-zijds staan de ziekenhuizen slechts beperkte investeringsmiddelen ter beschikking. Volgens berekeningen van de Landesbank Saksen wachten de ziekenhuizen op een investeringsimpuls ter grootte van 50 miljard euro. De ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen zijn het meest getroffen met een achterstallige vordering van 126.583 euro per bed. Ter vergelijking: deze ziekenhuizen hebben voor 26 euro per persoon van de bevolking investeringen ter beschikking. In andere deelstaten is dit
46 euro per persoon. De voorzitter van de KGNW benadrukte dat de tot nu toe beschikbare investeringsvolumina voor de ziekenhuizen in Noordrijnland-Westfalen veel te laag zijn, zeker gezien de toe-komstige uitdagingen voor de ziekenhuizen, zoals de verdere uitwerking van het DRG-systeem, de ambulante openstelling van ziekenhuizen en de opzet van de telematica-infrastructuur.

Lessen voor de Nederlandse situatie

Voor de Nederlandse situatie is een aantal interessante lessen uit de onderzoeksresultaten te trekken. Ook in Nederland is in de afgelopen jaren door de overheid te weinig geld gereserveerd voor de omslag naar een marktgerichte gezondheidszorg, hetgeen tot uiting komt in een zorgelijke financiële situatie bij de ziekenhuizen. De financiële reserves van de Nederlandse ziekenhuizen laten ook te wensen over en bij een omslag naar meer marktwerking en een uitbreiding van het zogenaamde B-segment van de DBC's is ook een grotere financiële buffer voor de ziekenhuizen noodzakelijk. Ook in Nederland worden in de toekomst financiële problemen bij ziekenhuizen steeds minder door de overheid verholpen. De overheid wordt steeds meer de ‘laatste strohalm’ voor instellingen die zelf hun ondernemersrisico moeten dragen. De Duitse situatie maakt echter duidelijk dat die strohalm niet erg stevig en betrouwbaar is. Uit de recente 'Februaribrief' blijkt dat in Nederland de meeste instellingen met hun solvabiliteit ruim onder de 10% zitten. Terecht stelt de minister vast dat het een kwestie is van maatschappelijk belang om te voorkomen dat te snelle invoering van beleidsmaatregelen zou leiden tot groot-schalige financiële problemen bij zorg-instellingen. Wat dat betreft is het nuttig en zelfs noodzakelijk dat de minister ook eens goed kennis neemt van de ontwikkelingen in ons buurland waar ziekenhuizen als gevolg van de beleidsmaatregelen en het (verouderde) budgetteringssysteem nu in grote financiële problemen zijn gekomen.  

Materiële kosten 2005: definitieve prijsindex 1,41%

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft nieuwe ramingscijfers bekend gemaakt. Met deze cijfers is het definitieve prijsindexcijfer materiële kosten 2005 berekend op 1,415.

Opbouw uit twee onderdelen

Het prijsindexcijfer van de materiële kosten is opgebouwd uit twee onderdelen:

  • Raming 2005: 1,25% (was: 1,28%).
  • Nacalculatie 2004: voor 2004 is de raming nu 1,19% (onveranderd). In 2004 heeft het College Tarieven Gezondheidszorg/Zorgautoriteit in oprichting (CTG/ZAio) voor 2004 1,03% verwerkt als prijsindexcijfer. Daarom bedraagt de structurele nacalculatie, te verwerken vanaf 2005, 0,16% (1,19 -/- 1,03).

Deze cijfers gecombineerd betekenen dat het CTG in 2005 een prijsindexcijfer van de materiële kosten hanteert door van 1,41%: ((1,0119/1,0103) x 1,0125) – 1.

De hierboven genoemde cijfers vervangen de in eerder in NVZ Nieuws 34
(21 september 2004) vermelde cijfers.
Voor 2006 is een eerste voorlopige raming  bekend: 0,86%.

19 mei: Werkconferentie Opleidingsfonds

Op donderdag 19 mei organiseert de NVZ een tweede werkconferentie over het opleidingsfonds. Doel is u te informeren over de stroomversnelling waarin het Opleidingsfonds verkeert en met u van gedachten te wisselen over het besturingsmodel.

Opleidingsfonds in stroomversnelling

De laatste weken is het project Opleidings-fonds in een stroomversnelling geraakt. Het streven is dat op 1 januari 2006 het fonds start voor de assistenten in opleidingen (aios). Daarom moeten er op korte termijn antwoorden komen op de praktische vragen die met de oprichting van het fonds samenhangen. Welke opleidingen (personen) vallen onder het fonds? Hoe worden budgetten geschoond? Wat wordt de hoogte van de vergoedingen? Hoe worden deze uitgekeerd? Hoe worden de plaatsen verdeeld? Tijdens de werkconferentie legt de NVZ een aantal antwoorden aan u voor.

Bestuurlijke inbedding

Ook een belangrijk punt is de bestuurlijke inbedding van het opleidingsfonds. Vooral over de verantwoordelijkheidsverdeling hebben de betrokken partijen verschillende ideeën. Op dit moment werkt de NVZ aan haar visie op dit vraagstuk dat op korte termijn moet worden aangeboden aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). VWS wil eind mei een beslissing nemen.

Wanneer, waar en wie?

Wanneer? Donderdag 19 mei, van 9.30 tot 12.00 uur
Waar?      Gebouw Oudlaen, Oudlaan 4, Utrecht
Wie?        Directies/raden van bestuur van de instellingen aangesloten bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen

De werkconferentie wordt afgesloten met een lunch.

Aanmelden

U kunt zich voor de werkconferentie per e-mail aanmelden bij Jolanda Schoonhoven, secretariaat cluster Sociale Zaken: j.schoonhoven@nvz-ziekenhuizen.nl Graag in uw e-mail vermelden uw naam, functie, instelling en wel of geen deelname aan lunch.

Mijn NVZ





Uitgelicht


Zoeken
Uitgebreid zoeken